27-05-06

Chape of dekvloeren

18:59 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Chape of dekvloeren Deel 1

De samenstelling van cementgebonden chapes

Een goede uitvoering van een chape hangt grotendeels af van een juiste dosering van haar hoofdbestanddelen (water, cement, zand en eventueel andere aggregaten of toeslagstoffen) en van de bereiding van het mengsel.
Voor wat de samenstelling betreft gebruiken de meeste vakmensen familierecepten die ze steeds als "de beste" beschouwen. In vele gevallen hebben ze ook gelijk. Hun samenstelling is veelal "de beste" in funktie van het type werk, het materiaal, hun uitvoeringsmethode, de mogelijkheden om zich ter plekke te bevoorraden in grondstoffen, de kostprijs van deze grondstoffen, enzovoort. Oak al zijn de mogelijke doseringen talrijk, wij zullen ons beperken tot enkele typemengsels bestemd voor klassiek gebruik.
Onze typemengsels komen overeen met de kriteria van een goede samenstelling en bieden een aanvaardbaar kompromis tussen de
weerstand na verharding en de soepelheid bij de uitvoering. Ze gelden zowel voor hechtende als voor niet-hechtende chapes.

 


Chape wordt in een laag gegoten

Mengsel 1

150 liter grof rivierzand (korrelverhouding 0/5) voor 1 zak cement van 50 kg PPZ 30. .
Dit eerste mengsel komt ongeveer overeen met +/- 3 delen droog zand voor een deel cement. Uitgedrukt in gewicht vertegenwoordigt dit +/- 350 kg cement per m3 zand.
Met deze dosering bekom je een harde, zogenaamde "niet-spijkerbare" chape.

Mengsel 2

Voor sommige toepassingen, zoals bijvoorbeeld het leggen van gespijkerd parket, moet je een zogenaamde "spijkerbare" samenstelling bezigen:
15O liter grof rivierzand voor 1 zak van 50 kg PPZ 30-cement met 50 liter gebrand vegetaal kurkgranulaat met een kaliber van 1 a 3 mm.


Chape wordt in twee lagen gelegd

De bovenste laag wordt gedoseerd als een eenlagige chape, d.w.z. met een mengsel van het type I of 2 zoals hierboven beschreven.
De onderlaag van haar kant kan worden samengesteld met een relatief geringer cementgehalte en een aggregaat, eventueel anders dan zand.
Hier volgen enkele voarbeelden van mengsels voor onderlagen:

Mengsel 3

1 m3 grof rivierzand voar minimaal 250 kg PPZ 30-cement.

Mengsel 4.

1 m3 steenslaggranulaten van kaliber 2 a 10 mm (zoals porlier-, zandsteen-, kalksteenkorrels) voor 150 kg cement minimum.
In verband met dit laatste mengsel (4) mag ook in dezelfde verhoudingen, maar toch met enige voorzichtigheid, gebruik gemaakt worden van hoogovenslakkenkorrels. Oit produkt is zeer bijtend en wordt best niet gebruikt wanneer metalen stukken of leidingen in de chape worden verzonken.

Er bestaan nog andere mogelijke mengsels, zoals die op basis van lichte toeslag met relatieve thermisch-isolerende eigenschappen: geexpandeerde klei (type Argex), vermiculiet (erts van het mikagenre dat verhit werd), perliel (lavasplit dat chemisch behandeld werd) natuurbims (vulkanische lava, ook puimsteen genaamd), kunstbims (geexpandeerde hoogovenslakken).
De juiste samenstellingen en aanbevelingen voor elk van deze produkten worden geleverd door de onderscheiden fabrikanten.
Algemeen gesproken kan men zeggen dat lichte toeslagstoffen een grote hoeveelheid water ophouden door hun cellenstruktuur (en dat is vervelend). Wees zeer aandachtig omtrent de manier en de duur van het aanmaken (bereiding van het mengsel) en omtrent de drooglijd van de chape voor het leggen van de vloerbedekking. Leef ook de richtlijnen na van de fabrikanten aangaande de manier en de duur van het mengsel (verhoudingen van het mengsel).

12:07 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Chape of dekvloeren Deel 2

De bereiding van het mengsel

Zoals elk keukenrecept heeft de bereiding van de bestanddelen evenveel belang als de hoeveelheid of de dosering van de bestanddelen zelf.
Voor beperkte mortelhoeveelheden bestemd om kleine (+/- 20 m2) oppervlakten te bedekken, kan je je mengsel met de hand, dat wil zeggen met de schop, bereiden of met de betonmolen. Grotere hoeveelheden laat men best bereiden in een centrale.

Een handbereid mengsel van zand en cement moet in de eerste plaats droog gebeuren op een schoon en natgemaakt oppervlak wanneer dit niet waterdicht is (plaatijzer, dikke plasticlaag enz.)

Eens dat de bestanddelen goed vermengd werden tot dat je een gelijkmatige grijze kleur bekomt, moet je geleidelijk in het midden van het mengsel, de hoeveelheid water gieten die noodzakelijk is voor een goede vastheid (zie volgende paragraaf). Keer de mortel vervolgens om, versnijdt hem met de schop tot je een homogeen en gelijkmatig vochtig mengsel bekomt. Het PPZ 3D-cement begint te binden, met andere woorden, wordt dik en verliest zijn handelbaarheid binnen zowat 90 minuten volgend op het toevoegen van het water in het mengsel. Je hebt er dus alle belang bij de mortel te bereiden naargelang je werkzaamheden. We wijzen er tenslotte op dat zoals er mortel bestaat voor metselwerk en ook droge mortel bestaat voor chapes, die vooraf in de fabriek gedoseerd werd en gebruiksklaar wordt door toevoeging van water. Ze worden verkocht in zakken van 40 kg.

 

De konsistentie van et mengsel

Teveel aanmaakwater is de grootste vijand van de chapes. Immers in dat geval vermindert het water de drukweerstand, de trekweerstand en de slijtageweerstand, bevordert het de verzanding of afschilfering van het chapeoppervlak en verhoogt het de droogtijd. Een te grote hoeveelheid water benadrukt eveneens het krimpfenomeen (dit is de vermindering van het gewicht en het volume van de mortel wanneer deze begint te drogen) wat een barstrisiko met zich brengt.
Anderzijds moet omwille van de uitvoerinqstechniek die we verder zullen bespreken, je mortel vrij droog zijn en samengesteld zijn uit grof zand hetgeen je een geringe vervormbaarheid garandeert alsook een makkelijke uitspreiding in een relatief dikke laag.
Bij het bereiden van de chapemortel dien je er dus op te letten zo min mogelijk water te gebruiken, zodat je een konsistentie bekomt zoals « vochtige aarde».

Hoe kan je deze konsistentie kontroleren? De test van de "bal" is een eenvoudig middel om met het oog de juiste toestand na te gaan.
Neem in je hand een kleine hoeveelheid morte!. Deze knijp je heel stevig samen. Een beetje als zou je een sneeuwbal maken.

Figuur 4 illustreert dit soort test:

 

A: het mengsel is te vloeibaar. De bal heeft de neiging slijk te worden en druipt al langs de vingers.
b ; het mengsel is te droog, de bal te poederachtig. Je kan hem nauwelijks samendrukken en hij verbrokkelt.
C ; het juiste mengsel. Wanneer de bal hard wordt samengedrukt bezit hij een voldoende interne samenhang en gaat hij niet vervormen in de hand.

 

12:07 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Chape of dekvloeren Deel 3

Voorbereidingen veer de uitveering

Het afwerkvlak

Eerst moet je het niveau- 01 hoogteverschil nagaan tussen de bestaande draagvloer en de uiteindelijke toplaag. Zoiets kan elementair voorkomen, maar dit hoogteverschil moet overeenkomen met een dikte die aanvaardbaar is voor het voorziene chapetype en rekening houdend met de dikte van de vloerbedekking en in bepaalde gevallen van de afwerkingslaag (bijvoorbeeld de laag lijmmortel van +/- 5 a 7 mm voor de plaatsing van tegels van+/- 20 x 20 cm).
Bij renovatie wordt het afwerkvlak van een chape gewoonlijk bepaald in verhouding tot de bestaande vloer van een aanpalend vertrek (fig. 5-C). In dat geval kan het niveau van de chape makkelijk worden overgebracht met behulp van een rij of regel waarop je waterpas rust om de effenheid te kontroleren. Het kan nochtans gebeuren dat bijvoorbeeld bij nieuwbouw,het niveau van de chape moet worden bepaald vertrekkend van een
relerentiepunt zoals een hoogtemerkteken, de dorpel van een buitendeur enz., die ver van het vertrek waar je werkt, verwijderd liggen. In dat geval ben je verplicht vooraf een «muurmerkteken» te trekken (zie fig. 5-A).


Het gaat hier om een horizontale lijn die men op de muur trekt, gewoonlijk een meter boven het niveau van de toplaag. Hiertoe gebruikt men een metselaarswaterpas of een flesjeswaterpas (zie fig. 5-B). Dit toestel bestaat uit een lange rubberen buis aan het eind waarvan twee flesjes in schokvrij plastiek vastzitten, voorzien van een stop. Wanneer het toestel bijna volledig vol water zit laat het via het principe van de kommunicerende vaten toe van op grote afstand perfekt horizontale punten over te brengen ten opzichie van een gegeven vertrekpunt (let erop dat er geen luchtbellen in de buis zitten en ga er niet met je voet op staan...).
De operatie noodzaakt gewoonlijk de tussenkomst van twee personen. leder houdt een uiteinde van het toestel vast en merkt op de muur
een streep aan op de hoogte die de vloeistol in de flesjes aangeelt. Het eigenlijke "muurmerkteken" wordt bekomen door de verschillende
streepjes met een doorlopende lijn met elkaar te verbinden. Dit kan gebeuren met een slaglijn of een gespannen draad ingewreven met kleurkrijt. Je trekt ze aan en laat zedaarop plotsklaps los. Het "muurmerkteken" duidt dus het "1 meterniveau" aan boven de toplaag en dient als basis om loodrecht de hoogtemerktekens van de chape te meten .

 

Opmerking: Een "muurmerkteken» is eveneens noodzakelijk om een hellende chape te maken. Het is soms nuttig in een wasplaats of een garage een licht afhellende chape te voorzien (l of 2 cm per meter) zodat het water op de vloer makkelijk naar de riolering kan worden afgevoerd, via een rioolgat of een sterfput. Deze afvoer ligt veelal in een hoek van het vertrek of in het midden van een van de kanten. Een helling van 1 cm per meter tussen twee extreme punten die 5 meter van elkaar liggen betekent dat er een totaal hoogteverschil van 5 cm za] zijn tussen deze beide punten. Deze hellingslijn wordt bepaald vertrekkende van het "muurmerkteken»: het hoge punt ligt 1 m onder het merkteken, het lage punt 1 m + 5 em (l ,05 m) onder het merkteken.
Het is nuttig om erop te wijzen dat de eventuele helling van de vloer in een keuken of een badkamer gewoonlijk wordt beperkt tot
+/- 0,5 cm per meter en ze naar het centrum van het vertrek wordt geleid, dit ten einde te vermijden dat het spoelwater tegen de plinten of onder de meubels loopt.


 

12:06 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Chape of dekvloeren Deel 4

Het klaarmaken van de oppervlakte van de draagvloer

 

De vloer moet worden ontdaan van aile afval en sporen van pleister of kalk. Bestaande gaten en spleten worden gedicht met mortel. Vervolgens wordt de oppervlakte stofvrij gemaakt met de borstel of de stofzuiger.

 

a) Wanneer je een hechtende chape maakt: 
Opgelet, want het gedrag van een hechtende chape hangt in essentie af van zijn hechting aan de draagvioer. Zit hij niet goed vast, bestaat er gevaar voor barsten, kan het gebeuren dat de vloer loskomt en vooral dat hij gaat doorbuigen. Het fenomeen van de krimp van de mortel is namelijk groter in het bovenste gedeelte van de chape dan in zijn massa.
Heel vaak wordt een goede binding bekomen door te werken op een nog verse draagvloer waarvan het oppervlak nag niet verhard is. Dit is nochtans niet altijd mogelijk. Wanneer de draagvloer reeds hard en droog is, zorg er dan voor dat je hem grondig nat maakt op de vooravond waarop je de chape giet en kontroleer of het oppervlak ruw en samenhangend is. Het gebeurt
immers dat bij het gieten van een betonnen draagvloer een fijne, vochtige laag naar de oppervlakte komt. Men noemt dit de "cementmelk ». Eenmaal droog, vormt deze melk een broze laag. Wanneer het uitzicht van deze laag er zeer ruw uitziet, vormt dit doorgaans geen gevaar. Indien daarentegen na onderzoek en afkloppen met behulp van een stalen werktuig blijkt dat de cementmelklaag te dik, weinig hechtend en glad is, zal je ze ofwel volledig of plaatselijk moeten verwijderen met een maker of een beitel zodat je een stevige ondergrond bekomt, ofwel opteren voor een niet-hechtende chape.

 

b) Wanneer je een niel-hechlende chape maakt :

De niet-hechtende chape noodzaakt, zoals we reeds zegden, de
voorafgaandelijke plaatsing van een waterkerende laag op de draagvloer. Dit vlies heeft soms verschillende bijkomende bedoelingen:
het moet bijvoorbeeld:
- vermijden dat het water dat in de mortel van de chape zit, door de vloer opgeslorpt wordt;
- de chape en de bedekking beschermen tegen stijgend vocht;
- een scheidingslaag vormen tussen de chape en de draagvloer. We geven hier bij wijze van voorbeeld enkele materialen die de funktie van waterkerende laag kunnen vervullen :

- een blad plastiek van het genre polyethyleen met een minimumdikte van 0,1 mm (een dikte van 0,2 mm geniet nochtans de voorkeur want ze biedt meer garanties tegen scheuren en perloraties);

- kraftpapier dat met bitumen verstevigd werd en/of polyethyleen van het genre Sisalkraft T 724 of 726 ;

- een lichte roofing van het type bitumenvilt R 280 .

Let erop het vlies goed vlak te leggen zodat er geen luchtzakken ontstaan onder de chape. De verschillende waterkerende lagen moeten elkaar ter hoogte van de voegen met om en bij lO a 15 cm minimum overlappen. Dit in funktie van de aard van het materiaal en de hoeveelheid vocht.

 

Opmerking: een niet-hechtende chape die gelegd wordt op een
draagvloer die in rechtstreeks kontakt staat met de bodem (keldervloer of vloer op volle grand) vergt bijzondere aandacht. In bepaalde gevallen is het noodzakelijk de voegen tussen de vliezen die de waterkerende laag vormen, te lijmen of te lassen, dit volgens de aanwijzingen van de fabrikant (bitumenlijm voor versterkt Kraftpapier, lassen of koud lijmen voor roofing enz.). Deze voorzorgsmaatregel is nuttig wanneer bijvoorbeeld:

- de draagvloer (betonplaat of oude te renoveren vloer) zelf niet goed is geisoleerd tegen het vocht uit de ondergrond;
- de eindbedekking zeer gevoelig is voor vocht (onder meer houtparket);
- er gevaar bestaat voor waterophoping in de ondergrond (wanneer de bodem niet voldoende water doorlaat en niet hoog genoeg boven het grondwaterpeil ligt).
In extreme gevallen, bijvoorbeeld wanneer de bodem oververzadigd is met water, zijn zelfs gelijmde of gelaste waterkerende lagen vaak niet bij machte een barriere tegen het vocht op te werpen.

 

 

12:05 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Chape of dekvloeren Deel 5

Maak de omtrekvoegen klaar

Omtrekvoegen zijn onontbeerlijk voor aile soorten chapes. Zoals hun naam het zegt bevinden deze zich op de omtrek van het vertrek, meer bepaald daar waar de chape in kontakt komt met de muur. Zij moeten beletten dat het water dat zich in de chapemortel bevindt, wordt opgezogen door het metselwerk of het pleisterwerk van de muren. Zij vormen daarenboven een tussen. ruimte waardoor krimp mogelijk wordt. Wanneer je chape hechtend is, worden ze gemaakt zoals aangeduid door de figuur.
Je plaatst als plint en over de ganse omtrek van de kamer een waterdichte strook polyethyleen, bouw- of Kraftpapier of een soepele roofing. Deze strook heeft de vorm van een L en heeft een zo uitgesproken mogelijke hoek. Het onderste horizontale gedeelte van de strook heeft een minimumbreedte van 5 cm en wordt op de draagvloer gelegd. Het vertikale gedeelte staat recht tegen de muren en overstijgt met +/-t 2 cm het afwerkvlak van de chape. De strook kan op haar plaats gehouden worden met wat chapemortel en de overtollige franjes worden gelijk met de deklaag afgesneden, eens deze gelegd.


Indien je chape niet-hechtend is, worden de omtrekvoegen rechtstreeks gemaakt met de vliezen of bladen die de waterkerende laag vormen en die op de draagvloer rusten. Hiervoor worden de randen van de bladen zo tegen de muur omgevouwen dat ze als het ware een plint, een «kom
metje» vormen en het metselwerk beschermen, zoals eerder uiteengezet.
Opdat dit soort omtrekvoeg een eventuele uitzetting van de chape zou kunnen opvangen, voorzien sommige vakmensen bovendien een strook vrij goed samendrukbaar materiaal zoals golfkarton of een stuk plaat geexpandeerd poIystyreen met een dikte van 0,5 a 1 cm. Deze wordt dan vertikaal geplaatst tussen de muur en de waterkerende laag.


De andere werken koordineren, plannen

De eventuele plaatsing van ramen en buitendeuren wordt uitgevoerd voor het gieten van de chape.
Hetzelfde geldt gewoonlijk voor het metselwerk (muren, wanden in baksteen of in blokken, schoorstenen...). de bepleistering en de beraping.
Wat dit laatste betreft is het aangewezen dat de bepleistering van de muren ophoudt juist boven de chape. Om precies te zijn I of 2 cm boven het afwerkvlak. Zo wordt de omtrekvoeg verborgen door de pleisterlaag en voldoende aan het zicht onttrokken door een dunne plint.


 

12:05 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Chape of dekvloeren Deel 6

De metalen buizen beschermen

 

We raden je ten stelligste af de metalen leidingen in de chape te verwerken. Gevallen van ernstige korrosie of perforatie zijn geen
zeldzaamheid. Deze ongevallen zijn altijd het gevolg van aanwezigheid van vocht en lucht random
de leidingen, soms zelfs van een voortdurend verlies aan elektrische stroom in een vochtig milieu. Indien het je nochtans om esthetische of praktische redenen niet mogelijk is de leidingen bloot te laten of ze te verwerken in plinten, muren of achter valse plafonds, zal je wel geen andere keus hebben dan ze te verzinken in de chape, zodat ze vrijwel onbereikbaar worden. In dat geval kunnen we volgende wenken meegeven :

- bescherm de leidingen met een anti-korrosieverf en omwikkel ze met speciale tape van het type Denso, CoropIast enz. Deze tapes kleven goed en zijn water- en waterdampdicht op voorwaarde dat ze aangebracht werden op droge leidingen en zander onderbrekingen.
Let bijvoorbeeld speciaal op de plaatsing van buizen in koper waardoor warm water loopt. Door de uitzetting van deze buizen gebruik je in dit geval best buizen die (in de fabriek) omhuld werden met een losse koker. Deze zelfbeschermende produkten zijn weliswaar duurder, maar bieden meer zekerheid zander dat er verf of zelfklevende tape aan te pas komt.

 

- Vermijd:

. assemblages en verbindingen onder de chape;
. kruisingen en parallelle groeperingen van leidingen;
. het kontakt tussen metalen van verschillende aard (bijvoorbeeld gegalvaniseerd staal en koper);
. het kontakt tussen metalen van eenzelfde aard maar die vloeistoffen van verschillende temperatuur vervoeren;
. het kontakt tussen het leidingnet en aardingsdraad.

Leg de leidingen op de draagvloer vast met enkele "blokjes" kompakte mortel (liefst geen pleister) zodat ze tijdens het gieten van de chape niet kunnen verschuiven (zie fig. 8a en 8b in 4).
- Let erop dat de dikte van het chapegedeelte gelegen bovenop
de leidingen ten minste 4 cm bereikt. Gaat dit niet, dan moet je een wapening zaals een draadnet voorzien zoals we dit verderop beschrijven . Deze wapening wordt aangebracht over de ganse oppervlakte van de chape of. eventueel, onder vorm van stroken van +/- 5 cm breedte en dit dan enkel bovenop de buisleidingen.

- Laat de chape volledig drogen vooraleer je er een vloerbedekking oplegt die slecht waterdampdoorlatend is (vinyl, geboende marmer, rubber enz...) waardoor het vocht zich rand de leidingen dreigt vast te zetten.
- Vergeet tenslotte niet dat elke vertikaIe leiding moet beschermd worden door een koker op de plaats waar ze door de chape en de draagvloer gaat.
Deze koker is een soort van buis die gewoonlijk bestaat uit een stuk
plastiek waarvan de binnendoorsnede minimaal 1 cm hoger !igt dan de diameter van de lei ding die ze omhult. De koker steekt ook 1 cm uit boven de dehnitieve hoogte van de vloerbedekking. Zijn twee uiteinden worden afgedicht met een elastisehe kit. Hij kan eventueel ook toegestopt worden met een soepele isolerende materie, zeals bijvoorbeeld glasof steenwol.

12:04 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Chape of dekvloeren Deel 7

De uitvoering van de chape

 

Vermits het er ons niet om te doen is de vloer van een grootwarenhuis of van een parking te bedekken, noeh van gesofistikeerd materiaal van vaklui zoals druktrillers of meehanisehe effentoestellen te gebruiken, zullen we ons hier beperken tot het uiteenzetten van de details van de uitvoering van een chape van beperkte oppervlakte. Als basis nemen we de besehrijving van een horizontale chapesoort, bestaande uit een laag en bestemd voor een woonruimte van bijvoorbeeld om en bij de 20 a 25 m2.

 

Hoe gaan we tewerk?

 

Eerste etappe: «het egaliseren»

Het egaliseren is een noodzakelijke operatie voor het gieten van een gelijkmatige chape met een effen oppervlak en dat met alle gewenste zekerheid. Onder de versehillende egaliseringsmethodes die vakmensen gebruiken, hebben we er een uitgekozen die ons uit ervaring praktisch en polyvalent lijkt.
Deze techniek omvat twee hoofdfazen waarvan hier een korte samenvatting voigt.
Bij de eerste faze moet je de rooipunten, de merktekens op de vloer aanbrengen om op verschillende
plaatsen de dehnitieve hoogte aan te geven van de chape. Tijdens de tweede faze, zal je verschillende afgelijnde merkpunten met elkaar verbinden zodat je «wegen» bekomt. Deze wegen vormen eigenlijk parallelle richtpunten, een beetje als de sporen van een spoorweg, waarop je kunt steunen en je « rij » of « regel» (dit is een kaarsrechte plank met een rechthoekige sektie van +/- 1,5 cm x 10 cm of een lat in aluminium) kunt laten
glijden, zodat je de mortel van de chape kunt effenen.
Laten we deze twee fazen meer in detail bekijken.

 

1. Hoe merkpunten maken ?
Een merkteken wordt gemaakt door een tegel (of een faience) van 10 x 10 cm met kompaktmortel op de vloer vast te metselen. Elke tegel wordt in de mortel geduwd en wel zo dat hij volledig horizontaal ligt en dit ter hoogte van het definitieve peil van de chape.
De definitieve hoogte 0f het al werkvlak (zie eerder in dit artikel de paragraaf: voorbereidingen voor de uitvoerlng) wordt van merkteken naar merkteken aangebraeht met behulp van de rij of regel en het waterpas. De afstand tussen de merkpunten hangt dus af van de lengte van de rij die je gebrulkt. Wat dit laatste betreft,geven we je de raad een rij te kiezen met een maximale lengte van 1,5 a 2 meter. Dit maakt het magelijk alleen te werken en makkelijker de stand van de werken na te gaan.


Opgelet : het gieten van de chape (en het gieten van de mortel) gaat geschiden tussen de wegen via kleine opeenvolgende stukjes van om em bij de 60 a 70 cm. Daarom komt het erop aan de merktekens al te lijnen en de wegen zo aan teleggen dat ze passen in de konfiguratie van het vertrek. Op die manier kan je de mortel brengen op de plaats waar je werkt en de kamer verlaten wanneer de chape is voltooid zonder op het versgegoten oppervlak te moeten lopen.

De figuur geeft een paar voorbeelden van hoe merktekens moeten aangebracht worden, hoe wegen worden aangelegd en hoe men te
werk moet gaan voor het gieten en effenen van de mortel in vertrekken van verschillende vormen.
Zo ziet men in het voorbeeld A dat, wanneer de te bedekken oppervlakte een lengte heeft die kIeiner is dan 2 meter, de merktekens en de wegen parellel worden aangebracht op de 2 zijden van het vertrek (langsheen de muren).
Wanneer, zoals in het gevaI E, de breedte van het vertrek de 2 meter overschrijdt, kan je de mortel onmogelijk effenen met de spanwijd
te van een rij. In dat geval moet je een of verschillende «tussenwegen» gebruiken. Idem wanneer het vertrek een onregelmatige vorm heeft zoals voorgesteld door C, D, E en F.

 

2. Hoe maken we «de wegen» ?

Wegen maakt men door een reeks merkpunten met elkaar te verbinden door een strook smalle, doorlopende chape (om en bij de 10 cm breedte)
De werkwijze am dergelijke «wegen» of stukken chape te bekomen is de volgende :

I. Je zorgt ervoor dat je een voldoende hoeveelheid mortel hebt am de ruimte tussen de «merktekens» op te vullen.
2. Met een plakspaan klop je de mortel goed samen.
3. Vervolgens ga je over tot wat men het af- of gehjksfrijken van de oppervlakte noemt: in gehurkte houding plaats je de uiteinden van je rij op twee naast elkaar liggende merktekens. Met kleine zigzagbewegingen gaande van links naar rechts, trek je de rij naar je toe, zodat je de overtollige mortel naar je toe trekt. Dit afstrijken moet verschillende keren worden overgedaan om de oppervlakte perfekt te effenen en de gewenste dikte te bekomen. Indien welvingen voorkomen, licht je de rij op, breng je hem naar achter op de reeds geeffende oppervlakte en zigzag je opnieuw am de overtollige dikte weg te nemen.
Mocht het gebeuren dat er holten zichtbaar worden onder de rij, dan moet je die opvullen met mortel, aanstampen met de hand of de troffel en opnieuw effenen.
4- Na het "afstrijken» van de weg strijkt men het oppervlak mooi glad met de troffeL
5. Zo ga je verder tot de wegen allemaal af zijn.
6. Je neemt de tegels weg die op de merktekens zijn gelegd, vult de gaten op met mortel die je aandrukt en afstrijkt.
7. Op de plaats waar je met het gieten van de eigenltjke chape wil beginnen, leg je op de wegen een zeer fijne en soepele lat in gepolijst roestvrij staal, met een lengte van 1,5 a 2 m. Dit soort lat wordt een "plakkersrij of -regeJ» genoemd. Ze wordt verkocht in ijzerwinkels onder de vorm van strips van +/- 20 m lengte op 6 cm breedte, opgerold in een houten houder. Dit wordt eigenlijk door behangers gebruikt om behangselpapier te versnijden. In het chapewerk dat ons bezighoudt zal de plakkersrij een dunne, onvervormbare steun vormen die je regel perfekt zal laten glijden.
Deze laatste zal, zoals gezegd, makkelijk, zonder ergens aan vast te haken kunnen schuiven bij het latere afstrijken van het oppervlak van de chape.

 

Tweede etappe: het uitstrijken van de mortel

Om het eerste stuk van de chape aan te vatten, strijk je met de schop mortel uit zodat je een ruimte van 60 a 70 cm vult begrepen tussen twee wegen. Zonodig leg je ook mortel in de spleet tussen de wegen en de muur.

 

Derde etappe: "de verdichting"

Je spreidt met het plakspaan de mortel en je verdicht hem, je drukt hem energiek aan tot hij zo precies mogelijk het niveau van de wegen
bereikt. Voor dikke chapes is een bijzonder efficiente verdichting (aanstamping) noodzakelijk.

 

Vierde etappe: "het af- of gelijkstrijken"

Het af- of gelijkstrijken van het stuk chape gebeurt met de rij in een zigzagbeweging zaals we eerder beschreven voor het maken van de wegen. Een goed kompakte chape maakt van dit afstrijken steeds een moeilijk werk. Toch is het absoluut af te raden het oppervlak voor of lijdens het overstrijken met de rij nat te maken om het werk te vergemakkelijken.
Anderzijds is het zo dat wanneer je een te grote hoeveelheid (te dikke) mortel hebt uitgestreken, je een te grote weerstand zult ontmoeten bij
het verschuiven van de rij. Liever dan de stalen latten die op de wegen liggen door een te bruuske beweging te verplaatsen gebruik je in dat geval de scherpe kant van
het spaan am de overtollige mortel weg te schrappen. In vele gevallen komen kleine sporen of lijnen tevoorschijn na het gelijkstrijken aan de oppervlakte. Die komen voort van te grote morteldeeltjes. Men moet ze opvullen met een wetnig mortel en dan effenen met de troffel of het spaan.

 

Vijfde etappe: het openwrijven en het effenen
Eens het afstrijken klaar, verschuif je de 2 stalen latten die op de wegen geplaatst werden naar achter en vul je de lichte holte die het metaal naliet op met mortel die je aandrukt en gladstrijkt. De oppervlakte van de eerste chapestrook die aldus vrijkomt wordt afgewerkt door wrijving met een raapbord (of strijkspaan) zodat de mortel homogeen wordt .
Het strijk- of plakspaan is een rechthoekige spatel uitgerust met een handvat. De onderzijde van de spatel is gewoonlijk voorzien van een zool met kleine gaatjes in schuimrubber waardoor het mogelijk wordt een eenvormiger oppervlak te bekomen dan met een vilten zoo1. .


Het openwrijven gebeurt door te drukken op het spaan en het in cirkelvormige bewegingen te verplaatsen. De zool van het werktuig gaat zich al snel met mortel verzadigen en noodzaakt een regelmatige spoelbeurt.
In vele gevallen is een chape die wordt afgewerkt met een wrijfbeurt klaar am gevloerd te worden. De plaatsing van soepele en dunne bedekkingen daarentegen noodzaakt een bijkomende afwerking: het effenen.
Het effenen geschiedt door een cirkelboogbeweging uit te voeren met de licht gebogen pleisterspaan. De rand van het mes moet de oneffenheden van de mortel wegnemen. Een krachtig en lang effenen wordt afgeraden omdat het kleine luchtbellen en mikrobarstjes vormt.

Opmerking: vooraleer ze overgaan tot het openwrijven of het effenen bestrooien sommige vakmensen het oppervlak met pure cement. Wanneer je je mortel juist hebt gedoseerd volgens de samenstellingen die we gaven in het vorige deel, is deze werkwijze nutteloos, zelfs gevaarlijk, want er bestaat gevaar voar barstvorming en het loskomen van korsten aan het oppervlak.

 

Zesde etappe :het werk is bijna klaar

Vervolg het gieten van de chape volgens hetzelfde procede (uitspreiden, aanstampen, gladstrijken, wrijven en eventueel effenen).
Naarmate je met afzonderlijke stukken achteruitwijkt, verplaats je de twee stalen latten die je op de weg legde.
Wanneer je de laatste strook chape voltooit in de nabijheid van de uitgang van het vertrek kan je vaak niet anders dan op de verse chape te stappen am de twee stalen latten weg te nemen. Zorg er dan voor dat je een multiplex- of houtvezelplaat hebt die voldoende breed is zodat de last van je lichaam goed kan worden verdeeld en het oppervlak van de chape niet wordt geschonden. Noteer ook dat het gieten van
een chape in een klein vertrek (tot +/- 30 m² ) niet mag onderbroken worden om oneffenheden en naden te vermijden.

 

 


 

12:03 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Chape of dekvloeren Deel 8

Enkele raadgevingen

Om een chape te wapenen

 

Een wapening verhoogt de drukweerstand van de chape en vermijdt deels ook het risiko van thermische uitzetting en het verschijnen van barstjes dank zij een betere verdeling van de «krimp» van de mortel.
Onder meer in het geval van een niet-hechtende chape kies je als wapening best een licht, niet bekleed en dus niet gegolvaniseerd of verzinkt ijzeren droadnet. Het moet minimum gaan om :
- een draadnet van het «zeskantdraad »-soort, ook wel kippegaas genoemd  met mazen van 41 mm zijde en draden met een diameter van 0,9 mm;


- een draadnet van het genre" met gelaste vierkante mazen»  van 38 X 38 mm en draden met een diameter van 1 mm.

Bij het plaatsen van dit draadnet dien je erop te letten dat het goed in de mortel ligt en op een gelijk niveau wordt gelegd. Dat wil zeggen in het bovenste deel van de chape. Het mag daarbij niet aan dekanten uitsteken.
Wapeningen die op ongelijke hoogten worden gelegd kunnen een permanente kromtrekking, plaatselijke uitstulpingen of barsten veroorzaken. Daarom moeten de draadnetten die worden verkocht in rollen zoals kippegaas eerst rechtgetrokken en vlak gemaakt worden vooraleer ze worden aangebracht. Deze rollen worden verkocht in lengte van 25 of 50 m en in een breedte van 1 meter. Het plaatsen van een wapening in een
eenlagige chape is steeds delikater omdat ze er vaak met de schop wordt ingedrukt op veelal moeilijk te kontroleren niveaus. Wanneer de chape in 2 lagen  wordt uitgevoerd, is het werk heel wat betrouwbaarder. In dat geval wordt het draadnet op de onderste laag gelegd na het afstrijken met de regel en onmiddellijk daarop wordt de toplaag gegoten.
De overlapping van de naden van de verschillende draadnetelementen bedraagt +/- 3 mazen, of +/- 10 a 12 cm

 

12:03 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-05-06

Electriciteit Deel 1


A.R.E.I staat voor ‘Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties’. Voor de elektriciteit wordt aangesloten moet je een attest kunnen voorleggen van een erkend controle-organisme dat de aansluitingen geplaatst zijn conform het A.R.E.I.

 

Elektriciteitsnet wordt verdeeld over verschillende stroombanen

Beveiliging

Elke baan wordt beveiligd met een smeltveiligheid of automaat die stroombaan onderbreken in het geval van overbelasting of kortsluiting .

 

Smeltveiligheid (zekering of 'plomb')

Af te raden, verouderd, minder veilig dan automaat, eenmalig in gebruik (indien draad is doorgesmolten: weggooien, niet herstellen).

Automaat

Veiliger, is niet stuk na overbelasting en kan gemakkelijk gebruikt worden om tijdelijk stroombaan te onderbreken. Meerpolige automaten zijn te verkiezen boven eenpolige

Dikte van de draad (kaliber)

Dikte van de geleider moet gekozen worden in functie van de stroomsterkte die maximaal kan toegelaten worden op de betrokken stroombaan.

  • Voor verlichting: meestal draad van 1,5 mm²
  • Voor gewone stopcontacten: 2,5 mm²
  • Voor elektrische vuren en andere toestellen met hoog vermogen: 6 mm²

Doorsnede van de geleider (in mm²)

Nominale stroom van de smeltveiligheid

Nominale stroom van de meerpolige automatische schakelaar

1.5

10A

16A

2.5

16A

20A

4

20A

25A

6

32A

40A

10

50A

63A

16

63A

80A

25

80A

100A

35

100A

125A

Voorbeeld: een lichtkring aangesloten op een draad van 1,5 mm² mag bij automatische schakelaars een stroom van 16 A krijgen en bij smeltveiligheden een stroom van 10 A.

Een optimale verdeling van de stroombanen

  • Volgens AREI: Per stroombaan maximum 8 enkelvoudige of meervoudige contactdozen (dubbele contactdoos) telt dus slechts voor één eindpunt
  • In lokalen met meerdere toestellen met hoog vermogen (vb. keuken) volstaat één stroombaan meestal niet
  • Minimum twee verschillende stroombanen voor de verlichting
  • Indien lichtpunten en contactdozen samen onder één stroombaan gebracht worden: 1 verlichtingspunt wordt gelijkgesteld met 1 contactdoos

Bron: Livios


 

03:24 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |