27-05-06

Chape of dekvloeren Deel 7

De uitvoering van de chape

 

Vermits het er ons niet om te doen is de vloer van een grootwarenhuis of van een parking te bedekken, noeh van gesofistikeerd materiaal van vaklui zoals druktrillers of meehanisehe effentoestellen te gebruiken, zullen we ons hier beperken tot het uiteenzetten van de details van de uitvoering van een chape van beperkte oppervlakte. Als basis nemen we de besehrijving van een horizontale chapesoort, bestaande uit een laag en bestemd voor een woonruimte van bijvoorbeeld om en bij de 20 a 25 m2.

 

Hoe gaan we tewerk?

 

Eerste etappe: «het egaliseren»

Het egaliseren is een noodzakelijke operatie voor het gieten van een gelijkmatige chape met een effen oppervlak en dat met alle gewenste zekerheid. Onder de versehillende egaliseringsmethodes die vakmensen gebruiken, hebben we er een uitgekozen die ons uit ervaring praktisch en polyvalent lijkt.
Deze techniek omvat twee hoofdfazen waarvan hier een korte samenvatting voigt.
Bij de eerste faze moet je de rooipunten, de merktekens op de vloer aanbrengen om op verschillende
plaatsen de dehnitieve hoogte aan te geven van de chape. Tijdens de tweede faze, zal je verschillende afgelijnde merkpunten met elkaar verbinden zodat je «wegen» bekomt. Deze wegen vormen eigenlijk parallelle richtpunten, een beetje als de sporen van een spoorweg, waarop je kunt steunen en je « rij » of « regel» (dit is een kaarsrechte plank met een rechthoekige sektie van +/- 1,5 cm x 10 cm of een lat in aluminium) kunt laten
glijden, zodat je de mortel van de chape kunt effenen.
Laten we deze twee fazen meer in detail bekijken.

 

1. Hoe merkpunten maken ?
Een merkteken wordt gemaakt door een tegel (of een faience) van 10 x 10 cm met kompaktmortel op de vloer vast te metselen. Elke tegel wordt in de mortel geduwd en wel zo dat hij volledig horizontaal ligt en dit ter hoogte van het definitieve peil van de chape.
De definitieve hoogte 0f het al werkvlak (zie eerder in dit artikel de paragraaf: voorbereidingen voor de uitvoerlng) wordt van merkteken naar merkteken aangebraeht met behulp van de rij of regel en het waterpas. De afstand tussen de merkpunten hangt dus af van de lengte van de rij die je gebrulkt. Wat dit laatste betreft,geven we je de raad een rij te kiezen met een maximale lengte van 1,5 a 2 meter. Dit maakt het magelijk alleen te werken en makkelijker de stand van de werken na te gaan.


Opgelet : het gieten van de chape (en het gieten van de mortel) gaat geschiden tussen de wegen via kleine opeenvolgende stukjes van om em bij de 60 a 70 cm. Daarom komt het erop aan de merktekens al te lijnen en de wegen zo aan teleggen dat ze passen in de konfiguratie van het vertrek. Op die manier kan je de mortel brengen op de plaats waar je werkt en de kamer verlaten wanneer de chape is voltooid zonder op het versgegoten oppervlak te moeten lopen.

De figuur geeft een paar voorbeelden van hoe merktekens moeten aangebracht worden, hoe wegen worden aangelegd en hoe men te
werk moet gaan voor het gieten en effenen van de mortel in vertrekken van verschillende vormen.
Zo ziet men in het voorbeeld A dat, wanneer de te bedekken oppervlakte een lengte heeft die kIeiner is dan 2 meter, de merktekens en de wegen parellel worden aangebracht op de 2 zijden van het vertrek (langsheen de muren).
Wanneer, zoals in het gevaI E, de breedte van het vertrek de 2 meter overschrijdt, kan je de mortel onmogelijk effenen met de spanwijd
te van een rij. In dat geval moet je een of verschillende «tussenwegen» gebruiken. Idem wanneer het vertrek een onregelmatige vorm heeft zoals voorgesteld door C, D, E en F.

 

2. Hoe maken we «de wegen» ?

Wegen maakt men door een reeks merkpunten met elkaar te verbinden door een strook smalle, doorlopende chape (om en bij de 10 cm breedte)
De werkwijze am dergelijke «wegen» of stukken chape te bekomen is de volgende :

I. Je zorgt ervoor dat je een voldoende hoeveelheid mortel hebt am de ruimte tussen de «merktekens» op te vullen.
2. Met een plakspaan klop je de mortel goed samen.
3. Vervolgens ga je over tot wat men het af- of gehjksfrijken van de oppervlakte noemt: in gehurkte houding plaats je de uiteinden van je rij op twee naast elkaar liggende merktekens. Met kleine zigzagbewegingen gaande van links naar rechts, trek je de rij naar je toe, zodat je de overtollige mortel naar je toe trekt. Dit afstrijken moet verschillende keren worden overgedaan om de oppervlakte perfekt te effenen en de gewenste dikte te bekomen. Indien welvingen voorkomen, licht je de rij op, breng je hem naar achter op de reeds geeffende oppervlakte en zigzag je opnieuw am de overtollige dikte weg te nemen.
Mocht het gebeuren dat er holten zichtbaar worden onder de rij, dan moet je die opvullen met mortel, aanstampen met de hand of de troffel en opnieuw effenen.
4- Na het "afstrijken» van de weg strijkt men het oppervlak mooi glad met de troffeL
5. Zo ga je verder tot de wegen allemaal af zijn.
6. Je neemt de tegels weg die op de merktekens zijn gelegd, vult de gaten op met mortel die je aandrukt en afstrijkt.
7. Op de plaats waar je met het gieten van de eigenltjke chape wil beginnen, leg je op de wegen een zeer fijne en soepele lat in gepolijst roestvrij staal, met een lengte van 1,5 a 2 m. Dit soort lat wordt een "plakkersrij of -regeJ» genoemd. Ze wordt verkocht in ijzerwinkels onder de vorm van strips van +/- 20 m lengte op 6 cm breedte, opgerold in een houten houder. Dit wordt eigenlijk door behangers gebruikt om behangselpapier te versnijden. In het chapewerk dat ons bezighoudt zal de plakkersrij een dunne, onvervormbare steun vormen die je regel perfekt zal laten glijden.
Deze laatste zal, zoals gezegd, makkelijk, zonder ergens aan vast te haken kunnen schuiven bij het latere afstrijken van het oppervlak van de chape.

 

Tweede etappe: het uitstrijken van de mortel

Om het eerste stuk van de chape aan te vatten, strijk je met de schop mortel uit zodat je een ruimte van 60 a 70 cm vult begrepen tussen twee wegen. Zonodig leg je ook mortel in de spleet tussen de wegen en de muur.

 

Derde etappe: "de verdichting"

Je spreidt met het plakspaan de mortel en je verdicht hem, je drukt hem energiek aan tot hij zo precies mogelijk het niveau van de wegen
bereikt. Voor dikke chapes is een bijzonder efficiente verdichting (aanstamping) noodzakelijk.

 

Vierde etappe: "het af- of gelijkstrijken"

Het af- of gelijkstrijken van het stuk chape gebeurt met de rij in een zigzagbeweging zaals we eerder beschreven voor het maken van de wegen. Een goed kompakte chape maakt van dit afstrijken steeds een moeilijk werk. Toch is het absoluut af te raden het oppervlak voor of lijdens het overstrijken met de rij nat te maken om het werk te vergemakkelijken.
Anderzijds is het zo dat wanneer je een te grote hoeveelheid (te dikke) mortel hebt uitgestreken, je een te grote weerstand zult ontmoeten bij
het verschuiven van de rij. Liever dan de stalen latten die op de wegen liggen door een te bruuske beweging te verplaatsen gebruik je in dat geval de scherpe kant van
het spaan am de overtollige mortel weg te schrappen. In vele gevallen komen kleine sporen of lijnen tevoorschijn na het gelijkstrijken aan de oppervlakte. Die komen voort van te grote morteldeeltjes. Men moet ze opvullen met een wetnig mortel en dan effenen met de troffel of het spaan.

 

Vijfde etappe: het openwrijven en het effenen
Eens het afstrijken klaar, verschuif je de 2 stalen latten die op de wegen geplaatst werden naar achter en vul je de lichte holte die het metaal naliet op met mortel die je aandrukt en gladstrijkt. De oppervlakte van de eerste chapestrook die aldus vrijkomt wordt afgewerkt door wrijving met een raapbord (of strijkspaan) zodat de mortel homogeen wordt .
Het strijk- of plakspaan is een rechthoekige spatel uitgerust met een handvat. De onderzijde van de spatel is gewoonlijk voorzien van een zool met kleine gaatjes in schuimrubber waardoor het mogelijk wordt een eenvormiger oppervlak te bekomen dan met een vilten zoo1. .


Het openwrijven gebeurt door te drukken op het spaan en het in cirkelvormige bewegingen te verplaatsen. De zool van het werktuig gaat zich al snel met mortel verzadigen en noodzaakt een regelmatige spoelbeurt.
In vele gevallen is een chape die wordt afgewerkt met een wrijfbeurt klaar am gevloerd te worden. De plaatsing van soepele en dunne bedekkingen daarentegen noodzaakt een bijkomende afwerking: het effenen.
Het effenen geschiedt door een cirkelboogbeweging uit te voeren met de licht gebogen pleisterspaan. De rand van het mes moet de oneffenheden van de mortel wegnemen. Een krachtig en lang effenen wordt afgeraden omdat het kleine luchtbellen en mikrobarstjes vormt.

Opmerking: vooraleer ze overgaan tot het openwrijven of het effenen bestrooien sommige vakmensen het oppervlak met pure cement. Wanneer je je mortel juist hebt gedoseerd volgens de samenstellingen die we gaven in het vorige deel, is deze werkwijze nutteloos, zelfs gevaarlijk, want er bestaat gevaar voar barstvorming en het loskomen van korsten aan het oppervlak.

 

Zesde etappe :het werk is bijna klaar

Vervolg het gieten van de chape volgens hetzelfde procede (uitspreiden, aanstampen, gladstrijken, wrijven en eventueel effenen).
Naarmate je met afzonderlijke stukken achteruitwijkt, verplaats je de twee stalen latten die je op de weg legde.
Wanneer je de laatste strook chape voltooit in de nabijheid van de uitgang van het vertrek kan je vaak niet anders dan op de verse chape te stappen am de twee stalen latten weg te nemen. Zorg er dan voor dat je een multiplex- of houtvezelplaat hebt die voldoende breed is zodat de last van je lichaam goed kan worden verdeeld en het oppervlak van de chape niet wordt geschonden. Noteer ook dat het gieten van
een chape in een klein vertrek (tot +/- 30 m² ) niet mag onderbroken worden om oneffenheden en naden te vermijden.

 

 


 

12:03 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.