27-05-06

Chape of dekvloeren Deel 4

Het klaarmaken van de oppervlakte van de draagvloer

 

De vloer moet worden ontdaan van aile afval en sporen van pleister of kalk. Bestaande gaten en spleten worden gedicht met mortel. Vervolgens wordt de oppervlakte stofvrij gemaakt met de borstel of de stofzuiger.

 

a) Wanneer je een hechtende chape maakt: 
Opgelet, want het gedrag van een hechtende chape hangt in essentie af van zijn hechting aan de draagvioer. Zit hij niet goed vast, bestaat er gevaar voor barsten, kan het gebeuren dat de vloer loskomt en vooral dat hij gaat doorbuigen. Het fenomeen van de krimp van de mortel is namelijk groter in het bovenste gedeelte van de chape dan in zijn massa.
Heel vaak wordt een goede binding bekomen door te werken op een nog verse draagvloer waarvan het oppervlak nag niet verhard is. Dit is nochtans niet altijd mogelijk. Wanneer de draagvloer reeds hard en droog is, zorg er dan voor dat je hem grondig nat maakt op de vooravond waarop je de chape giet en kontroleer of het oppervlak ruw en samenhangend is. Het gebeurt
immers dat bij het gieten van een betonnen draagvloer een fijne, vochtige laag naar de oppervlakte komt. Men noemt dit de "cementmelk ». Eenmaal droog, vormt deze melk een broze laag. Wanneer het uitzicht van deze laag er zeer ruw uitziet, vormt dit doorgaans geen gevaar. Indien daarentegen na onderzoek en afkloppen met behulp van een stalen werktuig blijkt dat de cementmelklaag te dik, weinig hechtend en glad is, zal je ze ofwel volledig of plaatselijk moeten verwijderen met een maker of een beitel zodat je een stevige ondergrond bekomt, ofwel opteren voor een niet-hechtende chape.

 

b) Wanneer je een niel-hechlende chape maakt :

De niet-hechtende chape noodzaakt, zoals we reeds zegden, de
voorafgaandelijke plaatsing van een waterkerende laag op de draagvloer. Dit vlies heeft soms verschillende bijkomende bedoelingen:
het moet bijvoorbeeld:
- vermijden dat het water dat in de mortel van de chape zit, door de vloer opgeslorpt wordt;
- de chape en de bedekking beschermen tegen stijgend vocht;
- een scheidingslaag vormen tussen de chape en de draagvloer. We geven hier bij wijze van voorbeeld enkele materialen die de funktie van waterkerende laag kunnen vervullen :

- een blad plastiek van het genre polyethyleen met een minimumdikte van 0,1 mm (een dikte van 0,2 mm geniet nochtans de voorkeur want ze biedt meer garanties tegen scheuren en perloraties);

- kraftpapier dat met bitumen verstevigd werd en/of polyethyleen van het genre Sisalkraft T 724 of 726 ;

- een lichte roofing van het type bitumenvilt R 280 .

Let erop het vlies goed vlak te leggen zodat er geen luchtzakken ontstaan onder de chape. De verschillende waterkerende lagen moeten elkaar ter hoogte van de voegen met om en bij lO a 15 cm minimum overlappen. Dit in funktie van de aard van het materiaal en de hoeveelheid vocht.

 

Opmerking: een niet-hechtende chape die gelegd wordt op een
draagvloer die in rechtstreeks kontakt staat met de bodem (keldervloer of vloer op volle grand) vergt bijzondere aandacht. In bepaalde gevallen is het noodzakelijk de voegen tussen de vliezen die de waterkerende laag vormen, te lijmen of te lassen, dit volgens de aanwijzingen van de fabrikant (bitumenlijm voor versterkt Kraftpapier, lassen of koud lijmen voor roofing enz.). Deze voorzorgsmaatregel is nuttig wanneer bijvoorbeeld:

- de draagvloer (betonplaat of oude te renoveren vloer) zelf niet goed is geisoleerd tegen het vocht uit de ondergrond;
- de eindbedekking zeer gevoelig is voor vocht (onder meer houtparket);
- er gevaar bestaat voor waterophoping in de ondergrond (wanneer de bodem niet voldoende water doorlaat en niet hoog genoeg boven het grondwaterpeil ligt).
In extreme gevallen, bijvoorbeeld wanneer de bodem oververzadigd is met water, zijn zelfs gelijmde of gelaste waterkerende lagen vaak niet bij machte een barriere tegen het vocht op te werpen.

 

 

12:05 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.