10-05-06

Iets over trappen

 Jargon

 

De trede

Dit zijn de horizontale vlakken waarop men de voet plaatst om te stijgen of te dalen. Treden moeten altijd gelijk zijn voor een zelfde trap. De bovenste traptrede is de laatste trede van een traparrn en bevindt zich ter hoogte van het bordes.

 

Het stootbord of tegentrede

Dit is het vertikale gedeelte dat de voorzijde van de trede vormt. Her heeft geen strukturele rol en dient uitsluitend om het zicht te verbergen van diegene die onderaan de trap staat. Men vindt steeds meer trappen zonder stootbord of tegentrede. Men noemt ze wel eens "opengewerkte trappen".

 

De wel of neus

De we! of de neus is het deel van de trede dat over het daaronder staande stootbord heenloopt. Hij is noodzakelijk voor een goed gebruikskomfort van de trap. Zijn lengte bedraagt gewoonlijk tussen de 3 en 5 cm.

 

De optrede
 Dit is de vertikale afstand tussen de bovenzijde van twee opeenvolgende aan- treden.

 

De trapboom

Houten, metalen "boom of balk" die op zijn zijde is geplaatst waarin de treden en de stootborden en eventueel de trapleuning gevat zitten. Wanneer hij tegen een muur is vastgemaakt spreekt men van buitenboom of van muurboom. Wanneer hij uitziet op de open ruimte heeft men het over dagwang. Wanneer hij uit een stuk bestaat en onder de treden doorloopt, is het een centrale boom.

 

De balustrade of trapleuning
Dit is de zijdelingse afsluiting van de trap en bestaat uit spijlen of balusters en een handgreep.

 

De handgreep
Het gedeelte van de trapleuning of van het balkon waarop de hand steunt. De hoogte ervan hangt af van de gcbruikers. Gewoonlijk bedraagt ze tussen 80 en 90 cm, vertikaal gerekend vanaf de trapneuzen.

 

De spijlen
De smalle steunpunten van de trapleuning.

 

Het bordes
Platfonn dat op regelmatige afstanden is aangebracht in de trapen vooral ter hoogte van elke verdieping. De tussenbordessen mogen het ritme van de bestijging niet breken. Hun lengte moet overeenkomcn met de aantrede vermenigvuldigd met een volledig veelvoud van een paslengte (ongeveer 63 cm).

 

De looplijn
Dit is de denkbeeldige lijn die men volgt bij het belopen van de trap, als men de handgreep vasthoudt. Ze ligt op zowat 50 cm van de trapboom die de trapleuning torst.


De vrije hoogte
Vrije hoogte die vertikaal gcmeten wordt vanaf de neus van een trede. Ze moet groter zijn dan 2 meter.


De traparm
Het deel van de trap tussen twee bordessen. Men raadt aan de traparmen te be-perken tot 15 of 20 treden.


De trapruimte
 Afstand gemeten in horizontale projektie vanaf de neus van de eerste trede tot de neus van de bovenste traptrede.

13:52 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.