19-07-05

Regenwater gebruiken: vier vliegen in één klap

 

Drinkwater wordt almaar schaarser. Nochtans gebruikt de gemiddelde Vlaming dagelijks ongeveer 120 liter van dit kostbare goed. En dit voor toepassingen waarvoor net zo goed regenwater gebruikt kan worden. Dit hemelwater is gemakkelijk op te vangen en bovendien gratis. Vandaar ook dat de decreetgever de verplichting heeft ingebouwd om bij nieuwbouwprojecten in een regenwaterput te voorzien. Zo sla je vier vliegen in één klap: je helpt mee overstromingen voorkomen, je bent zuiniger met het kostbare drinkwater en bespaart dus ook op de waterfactuur én milieuheffing. 

Met het oog op een betere regenwaterhuishouding vaardigde de Vlaamse regering op 29 juni 1999 een bouwverordening uit die een hemelwaterput verplicht voor iedere nieuwe of verbouwde gezinswoning.
Deze put moet een minimuminhoud hebben van 3 000 liter. De put moet minstens het water van de helft van het dakoppervlak ontvangen. Op de put moeten een pomp en een overloop aangesloten zijn. Deze laatste moet uitmonden in een gracht, een infiltratiebed, een oppervlaktewater of de afvoer van regenwater. De verordening is niet van toepassing op rijwoningen van minder dan 6 m breed of woningen op een perceel van minder dan 3 are.

Toepassing

Hoe ga je nu om met het verzamelde regenwater? Een eerste afweging is dan hoeveel kan je gebruiken? Als we uitgaan van het verbruik van de gemiddelde Vlaming, krijgen we onderstaand beeld:
Spoeling toiletten: 43 liter
Linnen was: 16 liter
Tuin: 5 liter
Poets: 5 liter

Samen: 69 liter/dag of zo een 25 000 liter per jaar (of 25 m³) per persoon of 100 m³ voor een gezin met 2 kinderen. Natuurlijk is dit een grove schatting. In jouw concrete situatie kunnen daar wel belangrijke verschillen op zitten.

Hoeveel water kan je verzamelen?

De gemiddelde neerslag varieert wat in ons land, maar je mag ervan uitgaan dat er jaarlijks gemiddeld tussen de 700 en 1 000 mm neerslag valt, met andere woorden tussen de 700 en 1 000 liter per m². Er is ook wat verschil van maand tot maand: februari, maart en april zijn - in tegenstelling tot wat men zou verwachten - wat droger, juli en augustus zijn de natste maanden. Als je dus een dak hebt van 100 m² (let wel: het gaat om het geprojecteerde oppervlak, dus het grondoppervlak) valt daar gemiddeld 800 * 100= 80 000 liter of 80 m³ op.
Een deel komt in de regenpijp terecht, meestal kan je rekenen op 80%,(80 m³ * 80%= 64 m³) en een deel gaat verloren in de filter zodat je ook daar maar 85% overhoudt (64 m³ * 85%= 54,4 m³). Let wel, dit is de hoeveelheid per jaar, dit betekent natuurlijk niet dat je een tank moet installeren van 54,4 m³. Een goede tank is niet te klein. Anders val je binnen de kortste keren zonder regenwater. Maar ook niet te groot, want een tank moet af en toe leeglopen om dan weer vol zuiver regenwater te lopen en de meerkost kan je dan beter vermijden.

Vuistregels

Als de hoeveelheid water, die je nodig hebt, ongeveer gelijk is aan hetgeen op het dak valt, vermenigvuldig je dat getal met 0,06. In ons voorbeeld : 54,4 m³ * 0,06= 3,264. Hier denken we dus aan een tank van 3 tot 3,5 m³.
Is het verschil groter dan 20% en kleiner dan 50, dan vermenigvuldig je de vraag met 0,03. Een voorbeeld: ons gezin heeft een vraag van 100 m³, het aanbod is 54,4 m³, de tank wordt 100 * 0,03 = 3 m³

Voorwaarden

Een tank moet natuurlijk een lange levensduur hebben. Bovendien wil je zo weinig mogelijk bacteriën en algen. De tank wordt daarom liefst koel, maar vorstvrij (dus diep genoeg in de grond) geplaatst, Zorg ook dat er geen lichtinval mogelijk is en dat de tank goed is afgesloten. Natuurlijk is er ook een deksel, zodat je hem goed kan onderhouden.

Bronnen: VMM - E.Jansseune - E H2O techniek   www.livios.be



12:35 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.