08-09-04

Is een foutieve offerte van de aannemer altijd bindend voor de bouwheer?

Wanneer een aannemer een fout maakt in de optelling van de prijsofferte, waardoor de eindfactuur merkelijk hoger ligt dan het vooropgestelde bedrag in de offerte, moet je dan als bouwheer de eindfactuur betalen? Het Hof van Beroep Bergen, 17 juni 2002.
 
Het feitenrelaas

Een aannemer maakt voor de vernieuwing van een kapsalon een prijsofferte die door de bouwheer aanvaard wordt. Wanneer de bouwheer na afloop van de werken de eindfactuur ontvangt, wordt 5.000 euro meer in rekening gebracht door de aannemer. Ondanks het feit dat de prijsofferte gedetailleerd alle prijzen had vermeld, had de aannemer een optelfout gemaakt.
De bouwheer weigert de hogere prijs te betalen. Hij stelt dat hij de offerte nooit goedgekeurd zou hebben indien hij de echte kostprijs van de werken geweten had. Volgens de bouwheer was immers de bedoeling van beide partijen om een overeenkomst te sluiten voor een vaste prijs zodat hij niet verplicht zou kunnen worden het surplus te betalen. Tenslotte meent de bouwheer dat hij niet het slachtoffer mag zijn van een rekenfout van de aannemer.
 
Het oordeel van het Hof

Het Hof wijst erop dat men onduidelijkheden volgens artikel 1161 van het Burgerlijk Wetboek moet uitklaren aan de hand van alle bepalingen die in de overeenkomst voorkomen. Nu de door de bouwheer goedgekeurde prijsofferte duidelijk alle individuele prijzen vermeldde, kan men de overeenkomst volgens het Hof dan ook niet verstaan alsof de aannemer een gedeelte van de werken gratis zou uitvoeren.
De optelfout van de aannemer waarbij een bedrag, dat wel vermeld was in het detail, vergeten was, beoordeelt het Hof als een onachtzaamheid die elke voorzichtige en vooruitziende vakman kan overkomen. Het Hof meent dan ook dat een dergelijke vergissing van de aannemer slechts aanleiding kan geven tot de verbetering van de aannemingsovereenkomst maar niet tot de nietigheid ervan.
De bouwheer stelt volgens het Hof onterecht tot het sluiten van de overeenkomst misleid te zijn: de offerte bevatte immers duidelijk de kostprijs van alle werken, ook al werd één prijs vergeten bij de optelling. Volgens het Hof gaat de bouwheer dus niet vrijuit vermits hij in de onderhandelingen, waar elke post van de offerte grondig besproken werd, voldoende informatie gekregen heeft over de kostprijs van de werken. Het Hof oordeelt dan ook dat de bouwheer in het bezit was van voldoende informatie om vooraleer tot ondertekening over te gaan tot de vaststelling te kunnen komen dat er een vergissing in de offerte geslopen was.
 
Gouden raad

Voor de bouwheer houdt dit arrest in dat men een prijsofferte best grondig controleert vooraleer voor akkoord te tekenen. Men kan zich, om betaling te ontlopen, immers niet verschuilen achter een materiële vergissing van de aannemer bij het opstellen van zijn offerte wanneer men als bouwheer tijdig over voldoende gegevens beschikte om de vergissing eigenhandig te kunnen vaststellen.
Bron : www.livios.be

06:59 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.