24-08-04

Zonne-energie als alternatief voor dure olie

Vandaag halen de hoge olieprijzen het wereldnieuws. Olie is één van de belangrijkste grondstoffen om elektriciteit te maken en dus is het een logisch gevolg dat we binnenkort wellicht ook een hogere energierekening voorgeschoteld krijgen. Zonne-energie kan hier een economische en milieuvriendelijke oplossing bieden.
 
Met fotovoltaïsche zonnepanelen kan men immers zelf een deel van zijn eigen stroom produceren en op die manier de elektriciteitsfactuur halveren. Want ook in België levert de zon haar energie gewoon gratis.
Fotovoltaïsche zonnepanelen zetten zonlicht om in gelijkstroom en via een omvormer wordt dit bruikbare wisselstroom. Deze panelen zijn rechtstreeks gekoppeld aan het elektriciteitsnet. Wanneer men zijn eigen stroom produceert, wordt het elektriciteitsnet als stockageruimte gebruikt. Op een aparte kWh-teller kan men aflezen hoeveel de installatie opbrengt. Een aangename bijkomstigheid is dat wanneer men meer elektriciteit produceert dan verbruikt, de meter achteruit draait…
Het plaatsen van zonnepanelen kan zowel op bestaande woningen als op nieuwbouw. Er is keuze tussen een inbouw in een pannen- of leiendak, een opstelling op een plat dak of tegen de gevel. Het moet wel altijd om een zuidgeoriënteerde en schaduwvrije zone gaan. Eén zonnepaneel van 5 m² levert 510 kWh. De Vlaamse overheid subsidieert tot 2.040 kWh, dat is een oppervlakte van ongeveer 20 m² zonnepanelen, goed voor ongeveer de helft van het jaarlijks verbruik van een gemiddeld gezin.
 
Een rekensommetje
IZEN, marktleider in de toepassingen van zonne-energie, maakt even een rekensommetje voor een gemiddeld gezin. Een zonlichtinstallatie om 2.040 kWh op te wekken kost (exclusief BTW en plaatsing) ca. 17.000 euro. De Vlaamse Overheid geeft 50% van het totaalbedrag inclusief BTW terug in de vorm van subsidies. Bovendien geniet men 610 euro fiscaal voordeel en geven de meeste gemeenten nog een extra premie.
Een gezin investeert dus ongeveer 8.000 euro. Door de groenestroom-certificaten (150 euro per 1.000 kWh) en de opbrengst van de eigen stroomproductie (nog eens 150 euro per 1.000 kWh) betaalt deze investering zich terug op twaalf à dertien jaar.
Wie interesse heeft om fotovoltaïsche zonnepanelen te plaatsen, moet snel een subsidiedossier indienen bij de Vlaamse overheid. In september zullen immers de laatste subsidies van 2004 toegekend worden.
Bron : www.livios.be en www.izen.be

21:12 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-08-04

Zonnetoren doorbreekt kilometergrens

Hij wordt een kilometer hoog, de Tower of Power ofwel de zonnetoren waarvan wellicht volgend jaar in Australië de bouw begint.
 
Om elektriciteitsturbines aan te drijven maakt de enorme energieschoorsteen Tower of Power in Australië gebruik van het bekende principe dat warme lucht opstijgt. Om tot de ongekend grote hoogte te kunnen reiken wordt de dunne wand gemaakt van hogesterktebeton. Daarvan is dan wel meteen 400.000 kubieke meter nodig.
 
Warme lucht stijgt omhoog en wordt daarbij elke honderd meter globaal een graad koeler. Het temperatuurverschil veroorzaakt een – in dit geval opwaarts gerichte – windstroom. De 10 graden Celsius verschil bij de duizend meter hoge schoorsteen kan een windsnelheid opleveren tussen 35 en 50 kilometer per uur en dat is genoeg om de 32 in de brede voet van de toren geplaatste 6,5 megawatt turbines in beweging te brengen.

De schoorsteen moet 200 megawatt energie leveren, voldoende om 200.000 huishoudens te bedienen. Belangrijk voor de Australische overheid is dat een zonnetoren ervoor zorgt dat jaarlijks ruim 900.000 ton minder CO2 de lucht in wordt geblazen, dan bij een vergelijkbare traditionele energiecentrale door de verbranding van fossiele brandstoffen het geval zou zijn.
Het principe is niet nieuw. Al in de jaren tachtig is het in Manzanares (Spanje) succesvol uitgeprobeerd bij een 195 meter hoge toren. De bedenker/constructeur van toen is dezelfde professor Jörg Schlaich (zie kader) die nu betrokken is bij de Tower of Power van EnviroMission, een dochteronderneming van het Australische bedrijf Solarmission Technologies.

 
Enorme kas

Om de aanvangstemperatuur onder in de toren voldoende hoog te krijgen – minimaal 30 graden Celsius – wordt rond de voet van de toren een enorme kas gebouwd: diameter circa 5 kilometer. Het doorzichtige dak (van glas of polycarbonaat) loopt van buiten naar binnen op van stahoogte tot ruim 40 meter boven maaiveld, daarmee alvast een natuurlijke opwaartse stroming richting schoorsteen veroorzakend.
Door dit soort ontwerpkeuzes wordt de investering – nu al is sprake van 600 tot 700 miljoen dollar – enigszins binnen de perken gehouden. De kosten van de bouw van de toren zijn op bijna 250 miljoen dollar begroot en het budget voor de kas ligt rond de 300 miljoen.
De bouwtijd wordt geschat op een kleine drie jaar. De onderhandelingen over de grond zijn momenteel gaande. Als locatie is gekozen voor een woestijnachtig buitengebied in het zuidoosten van Australië, nabij de plaats Mildura, waar de lucht het hele jaar droog en heet is.

 
Grondstoffen

Vervolgstudies moeten uitmaken welke bouwmaterialen uiteindelijk gebruikt gaan worden in een begrijpelijke afweging tussen duurzaamheid (minstens vijftig jaar) en investeringskosten. Dat is mede van belang, omdat de uiteindelijk plannen de bouw van nog eens vier energieschoorstenen behelzen. De realisatie daarvan kan goedkoper uitvallen, omdat bijvoorbeeld de op de bouwplaats aanwezige betoncentrales hun stroom direct van de eerste toren kunnen betrekken.
Bij de samenstelling van de betonmatrix zal zonder meer worden gekeken naar ter plekke te winnen grondstoffen Per toren gaat het immers om de productie van 400.000 kubieke meter betonmortel.

Bron : www.bouwenwonen.net

12:58 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-08-04

Vlaams regeerakkoord: duurzaam wonen voor iedereen

Nieuwe bazen, nieuwe wetten, klinkt het bekende gezegde. Op de nieuwe wetten is het wellicht nog wachten, maar de kersverse Vlaamse regering heeft wel haar regeerakkoord bekendgemaakt. De overheid ziet het bouwen aan een beter Vlaanderen als een opdracht van iedereen en besteedt onder meer veel aandacht aan het stimuleren van duurzaam bouwen. Livios nam het regeerakkoord door en lichtte de woongerelateerde items er uit.
 
Hieronder volgen de belangrijkste elementen rond wonen uit het regeerakkoord. Er zijn zeker nóg woongerelateerde items geïntegreerd in andere onderwerpen, zoals energie, milieu of bouwvergunningen voor ondernemingen, maar deze mee opnemen zou ons te ver brengen. Voor de integrale tekst verwijzen we je naar de website van de Vlaamse overheid, waar je het regeerakkoord kan raadplegen.
REGEERAKKOORD VLAAMSE REGERING 2004-2009
 
III. Een betaalbare woning voor iedereen
 
Het recht op menswaardig wonen, zoals vastgelegd in de Vlaamse wooncode, komt onder druk door een dalend aanbod aan woongelegenheden, stijgende huur- en bouwprijzen en onaanvaardbare lage kwaliteit in een aantal segmenten van het woningaanbod. We willen deze trend ombuigen. Wij willen een beleid dat nog meer Vlamingen de mogelijkheid biedt een eigen woning te verwerven. Tegelijk willen we ook zorgen voor voldoende kwalitatieve woningen, op de eerste plaats voor die mensen die daar om financiële redenen op aangewezen zijn. In het woonbeleid willen we rekening houden met het effect van de gezinsverdunning en vergrijzing op de behoefte aan meer, maar kleinere woongelegenheden. We willen stimulerende maatregelen uitwerken, opdat alle actoren (private markt, sociale woonorganisaties, besturen en bewoners) actief op en betrokken bij de woonmarkt, hun verantwoordelijkheid kunnen opnemen om te zorgen voor een meer betaalbaar woonaanbod. Wij zullen daarbij oog hebben voor regionaal maatwerk en een betere woningkwaliteit. Duurzaam wonen zal worden gestimuleerd.
 
Voldoende beschikbare en betaalbare bouwkavels

Gelet op de huidige krapte op de markt, willen wij een actief grond- en pandenbeleid voeren in samenwerking met de andere besturen en private partners. We zullen grondeigenaars stimuleren om hun bouwkavels en panden op een marktconforme manier ter beschikking te stellen. Er moet steeds rekening gehouden worden met (sub)regionale en lokale eigenheden, grondbeleid is maatwerk. Het beleid zal een dubbel spoor volgen: in de eerste plaats zorgen dat meer kavels gelegen in de woonzone op de markt komen en tegelijk ook het aanbod verhogen door het verantwoord aansnijden van woonuitbreidingsgebieden.

Wij zullen alle publieke rechtspersonen (gemeentebesturen, OCMW’s, kerkfabrieken, huisvestingsmaatschappijen, de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest, …) stimuleren om hun bouwgronden op de markt te brengen. We maken daartoe met hen afspraken. Het werken met gemengde projecten van sociale kavels (is ruimer dan sociaal huurbesluit) en sociale en private woningbouw kan de financiële last van de ontwikkeling drukken.
De Vlaamse regering zal in samenwerking met de gemeenten maatregelen nemen om het om louter speculatieve redenen in eigendom houden van grote aantallen bouwpercelen in goedgekeurde verkavelingen tegen te gaan.
We nemen positieve maatregelen om meer kavels in de woonzone op de markt te krijgen zoals:

- De huidige tijdelijke verlaging van de schenkingsrechten op bouwgronden wordt verlengd (nu tot 31.12.2005) én aangevuld met een bouwverplichting binnen een bepaalde termijn. Zo stimuleren we de mensen om op deze gronden inderdaad ook te bouwen.

- De persoon die de opbrengst van een bouwkavel belegt in de 'Woonbevak', geniet niet alleen van een degelijk rendement op zijn belegging, maar weet tevens dat zijn erfgenamen vrijgesteld worden van successierechten op de aandelen.
- De gemeenten stellen de lijst van bouwkavels zoals die zijn opgenomen in het register van de onbebouwde percelen publiek ter beschikking. Ze koppelen daar een informatiecampagne aan.
- We moedigen de lokale grondregies en intercommunales aan in hun rol om een sociaal grondbeleid te voeren.

Wij zullen ruiloperaties van gronden met verschillende bestemmingen aanmoedigen, met het oog op het sneller op de markt brengen van bouwgrond.
 
De Vlaamse minister van ruimtelijke ordening zal met een omzendbrief duidelijk maken onder welke voorwaarden nog niet aangesneden reserves aan woongebied (rood volgens gewestplan) gelegen in het landelijk gebied (in binnengebieden) aangesneden mogen worden.
 
De sociale huisvestingsmaatschappijen moeten hun grondreserve in woonuitbreidingsgebied aansnijden. Er is een studie beschikbaar over welke gronden op korte termijn kunnen worden bebouwd. Ze houdt rekening met hun ligging, de watertoets, de afstand tot een woonkern. De aansnijding van deze zones moet kunnen verlopen via een vereenvoudigde en versnelde procedure.
 
Alle gemeenten en private partners krijgen de kans, via vereenvoudigde procedures, woonuitbreidingsgebieden op hun grondgebied aan te snijden. Er zal ook een oplossing gezocht worden voor gemeenten waar vandaag geen woonzones noch woonuitbreidingsgebieden meer voorhanden zijn.
 
Het aansnijden van woonuitbreidingsgebieden gebeurt na een screening volgens de criteria en voorwaarden zoals bepaald in de omzendbrief RO/2002/03 van 25 oktober 2002. Het gemeentebestuur zal daarbij aantonen op welke wijze er naar wordt gestreefd een gezonde mix te realiseren van normale kavels, sociale kavels (onder de marktprijs) en/of sociale huur en/of koopwoningen in functie van de omvang van het woonuitbreidingsgebied. Private en openbare initiatiefnemers worden in voorkomend geval gestimuleerd om de gewenste sociale mix gezamenlijk te realiseren. Daarbij zal de verkavelingsvergunning bijzondere aandacht hebben voor de maximale oppervlakte van de percelen. De Vlaamse regering zal tevens een indicatief percentage aan sociale kavels vaststellen. In die gemeenten waar een nader te bepalen minimale norm aan sociale woningen niet wordt gehaald zal dit percentage hoger zijn. Tevens zal in een mechanisme worden voorzien om inkomensvallen, als gevolg van al te rigide inkomensgrenzen om in aanmerking te komen voor de aankoop van een sociale kavel, weg te werken.
 
Betaalbaar huren

Het stelsel van huursubsidies wordt geheroriënteerd naar een uitgebreider systeem van huurtoelagen op basis van volgende principes: 

- selectiviteit qua doelgroep

- in principe automatische toekenning
- beperkt in de tijd (te moduleren voor gepensioneerden)
- optrekken van het inkomensplafond, waarbij 'huisvestingsval' vermeden wordt, en van de maximumhuurprijs, eventueel regionaal te differentiëren.
- koppeling aan een redelijke huurprijs en aan kwaliteitsnormen
- zittende huurders die aan de voorwaarden voldoen, krijgen ook zonder verhuis een huursubsidie voor zover ze wonen in - een huurwoning waarvoor de overheid een tegemoetkoming toekent (renovatiepremie aan verhuurder, sociale verhuurkantoor, woonbevak)
- geen automatische stopzetting bij een ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring
- moet ten goede komen van de huurder.
 
De heroriëntering en uitbreiding geschiedt gefaseerd. Ze volgen een groeipad dat vertrekt vanuit de bijsturing en uitbreiding van het huidig stelsel van "verhuissubsidies". We zullen het idee van een centraal georganiseerd huurwaarborgfonds onderzoeken, onder meer om de lasten van de OCMW’s in verband met huurwaarborgen te verlichten. We gaan over tot de oprichting van een woonbevak voor de bouw of aankoop van private huurwoningen. We koppelen daarbij de huurprijs aan de huurtoelage. We onderzoeken de uitbreiding van dit systeem naar koopwoningen.
 
We willen zorgen voor een sterke aangroei van het aantal huurwoningen die aan sociale voorwaarden kunnen gehuurd worden. Daarom geven we financiële mogelijkheden aan sociale verhuurkantoren om private woningen te renoveren die ze gedurende een lange periode kunnen inhuren met het oog op verhuur aan sociale voorwaarden. Eénzelfde doel willen we bereiken door een renovatiepremie te geven aan de private eigenaar die bereid is een woning voor een voldoende lange termijn aan een sociaal verhuurkantoor te verhuren.
 
Meer mensen worden eigenaar door kopen en renoveren of bouwen

We voeren een substantiële renovatiepremie in voor de eerste gezinswoning. In geval van renovatie voor verhuring door een private eigenaar, bevriezen we de waarde van de woning voor het gewestelijk deel van de onroerende voorheffing. We zullen de regeling inzake meeneembaarheid van de registratierechten vereenvoudigen. We onderzoeken of het niet geplafonneerd zijn van het registratierecht voor een hypothecaire inschrijving niet contraproductief is.
 
We zullen de vrijstelling van registratierecht voor de aankoop van een gezinswoning of een bouwkavel verhogen van 12500 euro naar 15000 euro. Op dit ogenblik kan deze vrijstelling bij de aankoop van een bouwgrond enkel bekomen worden indien de koper binnen 3 jaar op dat perceel een woning bouwt en die woning ook bewoont. Wij voorzien er in dat aan deze voorwaarde slechts binnen vijf jaar moet voldaan worden. De toegang tot de verzekering gewaarborgd wonen zal volledig opengesteld worden (doorbreken huidig inkomensplafond, wel met behoud van begrenzing in de tussenkomst).

We zullen het registratierecht op de hypothecaire inschrijving van een lening voor de bouw, renovatie of verwerving van de enige gezinswoning afschaffen voor de eerste schijf van 100.000 euro.
In het kader van de vergrijzing geven we aanmoedigingen aan nieuwe woonvormen. We denken bijvoorbeeld aan de realisatie van kangoeroewoningen (noot: Kangoeroewoning is een woning waarbij een bejaarde persoon in een afgescheiden wooneenheid onder hetzelfde dak woont als een jong gezin) of het aanpassen van grote woningen om er meerdere woongelegenheden (voor hoofdverblijfplaatsen) in te maken (behoudens specifieke regels voor studentenkamers). Ook stedenbouwkundig. moet het mogelijk zijn om bestaande woningen op te delen. Zo houden we rekening met de gezinsverdunning. Het kwalitatief aspect moet uiteraard gewaarborgd zijn.
We maken bijkomende stimuli via premies afhankelijk van duurzaam bouwen. Daarbij hebben we aandacht voor energieprestatienormen, duurzame bouwmaterialen en waterbesparende infrastructuur. We zorgen voor een harmonisering met de federale fiscale stimuli. In het kader van de administratieve vereenvoudiging, onderzoeken we hoe een premie voor bouw/renovatie en energiezuinige investeringen automatisch gekoppeld kan worden aan het verlenen van een bouwvergunning. We proberen in overeenstemming met de federale overheid eenzelfde definitie te hanteren voor de fiscale ondersteuning van energiebesparende investeringen en premies.

We zullen de uitvoering van renovatieprojecten in stadskernen onder meer via PPS formules stimuleren.

De sociale huurder beschikt over een kooprecht om de woning die hij huurt, van de sociale huisvestingsmaatschappij te kopen. De Vlaamse regering gaat concreet onderzoeken in welke mate een aantal hindernissen en praktische problemen zowel in hoofde van de kandidaat-koper als van de sociale huisvestingsmaatschappij kunnen opgeheven worden. Het aantal sociale huurwoningen mag niet verminderen. Daarom zal de Vlaamse regering in dit verband aan de huisvestingsmaatschappijen voldoende financiële middelen ter beschikking stellen voor bouw, aankoop of renovatie.
 
Sociale huisvesting

Met een verhoging van de middelen voor sociale woningbouw, ook in privaat-publieke samenwerking, breiden we het aanbod aan sociale huur- en koopwoningen sterk uit. We vereenvoudigen de procedures en subsidiestelsels, die van toepassing zijn op de sociale woningbouw. We verkorten de doorlooptijd en maken gebruik van een enveloppensysteem. In uitvoering van de Wooncode, geven we de sociale bouwmaatschappijen méér autonomie. Dit gaat gepaard met een grotere responsabilisering, via de invoering van beheersovereenkomsten, enveloppenfinanciering en resultaatsverbintenissen. Voor sociale huisvestingsmaatschappijen, die verhuren aan mensen met een zeer laag inkomen en daardoor met een verliespost zitten, zoeken we naar een structurele oplossing. Hiervoor worden de financiële situaties van de sociale huisvestingsmaatschappijen in kaart gebracht. In afwachting van deze doorlichting blijft het huidige systeem lopen, maar worden de criteria verfijnd. De beleidsdomeinen wonen en welzijn vragen zowel een samenwerking als een afbakening. De sociale noden van de bewoners staan voor ons centraal. Om de welzijnsproblemen op te vangen die de woonsector niet aankan, is een aparte financiering vanuit welzijn nodig. We onderzoeken de gevolgen van co-ouderschap bij de toewijzing van sociale woningen.
Het systeem van de inkomensgrenzen voor sociale huisvesting wordt herbekeken met het oog op het bereiken van een betere sociale mix. We stimuleren de betrokkenheid van bewoners in sociale huurprojecten, door de opname van deze verplichting in de beheersovereenkomsten van het Vlaamse gewest met de sociale huisvestingsmaatschappijen.

De Wooncode bepaalt dat de gemeente de regisseur is van het lokaal woonbeleid. De gemeenten worden gestimuleerd om hun huisvestingsdienst om te vormen tot een uniek woonloket, waar burgers terechtkunnen voor alle woonvragen. De Vlaamse regering wil op een positieve manier de gemeenten stimuleren om deze taak echt op te nemen met alle publieke en private actoren.

Gemeenten en bouwmaatschappijen leggen gezamenlijk en in overleg met het Vlaams gewest kwantificeerbare doelstellingen vast voor de duur van een gemeentelijke legislatuur. Dit zal verankerd worden in beheersovereenkomsten. We zullen in overleg met de sector het monopolie van het werkingsgebied van sociale huisvestingsmaatschappijen en de opsplitsing tussen huur- en koopmaatschappijen doorbreken. Daardoor ontstaan echte woonmaatschappijen. We zullen er daarbij wel over waken dat de financiële mogelijkheden van de koopmaatschappijen niet worden gehypothekeerd. In afwachting behouden de koopmaatschappijen de exclusiviteit voor de financiering van het hypothecair krediet. Op termijn streven we naar één woonmaatschappij per gemeente of groep van gemeenten. We geven huisvestingsmaatschappijen de mogelijkheid om sociale fraude en specifiek domiciliefraude, overlast en huurschade en huurachterstal kordaat aan te pakken. We moedigen de huisvestingsmaatschappijen aan tot een diepgaander onderzoek naar het woningbezit, ook en vooral in het buitenland van de kandidaat-huurders. Vlaanderen moet bi- of multilaterale verdragen afsluiten waardoor een bewijs van het kadaster of van vergelijkbare diensten in het buitenland over het al dan niet eigendombezit van de kandidaat-huurders opgevraagd kan worden.
 
Woonkwaliteit verbeteren

Huisjesmelkerij wordt kordaat aangepakt. De strijd tegen leegstand en verkrotting en huisjesmelkers vergt een goed uitgebouwde Wooninspectie, die over aangepaste instrumenten beschikt. We verbeteren de werking van de Wooninspectie.
We geven een bonus aan gemeenten die zelf en in de plaats van het Vlaams gewest de heffing op leegstand en verkrotting overnemen. De opbrengst is bestemd voor het gemeentelijk woonbeleid.
Nu er een uitdoofscenario bestaat voor permanente bewoning op campings wordt ook een regeling uitgewerkt voor bewoners van weekendverblijven die niet planologisch kunnen worden geregulariseerd.

VI. Samenleven in diversiteit
 
Huisvesting

We voeren een huisvestingsbeleid dat er op is gericht om de diversiteit in wijken op een meer leefbare manier in te richten, door de vlucht van wie zich sociaal en financieel heeft verbeterd tegen te gaan en nieuw– en oudkomers te spreiden. Dat kan met name door:
- Een sterkere stimulans van eigen woningbezit met in begrip van de mogelijkheid om mits de huisvestingsmaatschappij er mee instemt en over voldoende sociale woningen beschikt een sociale huurwoning te kopen.

- Een meer gerichte en harde aanpak van huisjesmelkers.
- Een betere spreiding van de inplanting van sociale huisvesting over en binnen alle steden en gemeenten.
- Meer ruimte voor de sociale huisvestingsmaatschappijen om op basis van objectieve criteria een sociale woning toe te wijzen om een gepaste en goede sociale mix te realiseren binnen sociale wooncomplexen.
XI. Rechtszekere ruimtelijke ordening

Een rechtszeker beleid voeren met minder administratieve lasten en zonder willekeur voor kandidaat-bouwers en -verbouwers is ons eerste opzet in de ruimtelijke ordening. Het ruimtelijk ordeningsbeleid staat maximaal ten dienste van de maatschappelijke doelstellingen op het vlak van ondernemen, wonen, maatschappelijke dienstverlening.
 
Ruimtelijk structuurplan Vlaanderen

We onderschrijven de nood aan een lange termijnvisie voor de ruimtelijke ordening.We zorgen voor de effectieve uitvoering van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen: de uitvoering van de bindende bepalingen en de ruimteboekhouding, m.n. o.m. een snelle, correcte afbakening van het stedelijk gebied, het woongebied en de 7.000 ha. extra bedrijventerreinen, evenals de gelijktijdige afbakening van 750.000 ha. agrarisch gebied (met de aanduiding van de ruimte voor de para-agrarische bedrijven), extra 38.000 ha natuurgebied en 10.000 ha bosgebied. We evalueren het bestaande RSV en bereiden de tijdige herziening ervan voor.

 
Er wordt een grondbeleidsplan en een grondenbank op Vlaams niveau opgericht,die kan opereren op de grondmarkt door het aankopen en verkopen van onroerende goederen. Deze zal zich beperken tot zaken van Vlaams niveau, zoals de ontwikkeling van brownfields, strategische projecten van gewestelijk belang (stationsomgevingen), Vlaamse poorten, ...), de uitoefening van de aankoopplicht en het voorkooprecht in ruimtelijk kwetsbare gebieden of potentiële overstromingsgebieden en het beheer van het Vlaams patrimonium.
De ruimtelijke ordening, waarbij de diverse maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar worden afgewogen, behoudt een integrerende en coördinerende rol ten opzichte van de diverse sectorale aanspraken. Conflicterende regelgeving of grafische overlappingen worden maximaal weggewerkt.
 
Vergunningenbeleid: klantvriendelijkheid, snelheid en kwaliteit

In overleg met de betrokken besturen waarborgen we een klantgerichte en snelle afhandeling van bouwvergunnings-aanvragen op alle bestuursniveaus. We responsabiliseren deze bestuursniveaus om de vergunningsaanvragen binnen de decretaal voorgeschreven termijnen af te handelen. We preciseren vage begrippen als “ruimtelijke draagkracht” enz.. Zo kunnen mensen veel beter inschatten en voorspellen onder welke voorwaarde ze een bouwvergunning kunnen bekomen.

 
We zorgen voor één infoloket per provincie, een gedeconcentreerde dienst van de Vlaamse overheid, waar mensen informatie en advies kunnen opvragen m.b.t. hun bouwdossier.
Voor beslissingen inzake ruimtelijke ordening zal de gemachtigde ambtenaar enkel nog in beroep kunnen gaan tegen de beslissingen van de Bestendige Deputatie wanneer hij van oordeel is dat de beslissing onwettig is. Een beroep door de gemachtigde ambtenaar op basis van opportuniteitsoverwegingen sluiten we uit. Het algemeen toezicht door de Vlaamse overheid blijft mogelijk.
 
Voor de eigen vergunningsaanvragen krijgen de lokale besturen en de sociale huisvestingsmaatschappijen de mogelijkheid om bij de Vlaamse overheid in beroep te gaan tegen afwijzende beslissingen.
 
Planning

We verlengen de termijnen waarbinnen de gemeenten hun plannings- en vergunningsopdracht moeten halen. Het bindend gedeelte van het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan (GRS) maken we facultatief voor de gemeenten. Het volstaat dat ze het richtinggevend of indicatief deel maken. Alleen de gemeenten die een bindend gedeelte van hun ruimtelijk structuurplan afwerken komen in aanmerking om zelfstandig vergunningen af te leveren. We geven de mogelijkheid aan gemeenten om samen, in het raam van samenwerkingsverbanden, een GRS op te maken.

 
We zetten de resolutie over de weekendverblijven van het Vlaams parlement van 15 januari 2003 om in decretale regelgeving. Zo bieden we eindelijk rechtszekerheid. We zorgen zoveel als mogelijk voor een planologische oplossing. Wanneer dit niet mogelijk is waarborgen we een uitdovend woonrecht.
We evalueren het systeem van planbaten en planschade, alle aankoopverplichtingen en compensatiemechanismen en sturen ze waar nodig sociaal bij.
 
Handhaving

Rekening houdend met de overwegingen van het decreet van 4 juni 2003 houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening wat de handhaving betreft (B.S., 22 augustus 2003) zorgen we voor een consequent handhavingsbeleid.
 
Er wordt onderzocht in welke mate het decreet op het handhavingsbeleid moet aangepast worden teneinde meer rechtszekerheid te geven met betrekking tot de afhandeling van oude bouwmisdrijven (van voor 1 mei 2000).
 
Bron : www.livios.be en www.vlaanderen.be
Foto : Minister van Wonen, Media en Sport Marino Keulen

13:48 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-08-04

Energieprestatieregelgeving maakt ventileren verplicht

De energieprestatieregelgeving die op 1 januari 2006 van kracht wordt, verplicht ons niet alleen om degelijk te isoleren, maar ook om te ventileren. De ventilatienorm die al meer dan tien jaar bestaat, maar in de praktijk vaak genegeerd wordt, krijgt hiermee wettelijke proporties. Wat de consequenties zijn van deze nieuwe reglementering vroeg Livios aan Hendrik Daem, woordvoerder van Ventibel, de federatie die de meeste toonaangevende Belgische ventilatiebedrijven groepeert.

Foto : www.duinstee.nl 
 
Alle gebouwen waarvoor vanaf 1 januari 2006 een stedenbouwkundig attest nodig is, moeten aan de nieuwe eisen voldoen. Concreet wil dat zeggen dat de K-waarde van de woning (het isolatiepeil) niet hoger mag zijn dan 45. Een duidelijke verstrenging ten opzichte van de huidige K55-norm. Daarnaast wordt er ook een maximaal E-peil opgelegd. De eerste jaren zal een maximaal E-peil van 125 gelden, later zal dit verstrengd worden tot E100. Dit E-peil wordt bepaald aan de hand van onder meer de isolatie, de beglazing, de verwarming, de warmwaterbereiding én de ventilatie van de woning. Voor al deze deelaspecten worden negatieve punten toegekend om uiteindelijk te komen tot één globaal E-peil. Renovaties waarvoor een stedenbouwkundige vergunning vereist is, moeten aan dezelfde eisen voldoen.

 
Vreemde eend in de bijt?
De bouwheer kan zelf bepalen hoe hij onder die maximale eis van E100 blijft. Hij kan dus voor het ene aspect (bv. verwarming) een "tandje bijsteken" als compensatie voor onderdelen (vb. beglazing) waarvoor hij minder energiezuinige maatregelen neemt.

Eén van die deelaspecten is dus ventilatie. Hoort dat wel thuis in een energieprestatieregelgeving die als doel heeft het energieverbruik te beperken? Ventileren leidt op zich immers niet tot een energiebesparing. Mechanisch ventileren vergt zelfs extra energie?
"Op het eerste gezicht kan ventilatie misschien een vreemde eend lijken in de energieprestatieregelgeving, maar als je er dieper over nadenkt verdient ventilatie hierin wel degelijk zijn plaats", oordeelt Hendrik Daem. "Eerst en vooral omdat isolatie en ventilatie niet los van elkaar gezien mogen worden. Als je meer isoleert, ben je verplicht beter te ventileren om een gezond binnenklimaat te behouden. Enkel door degelijk te ventileren kan je in een goed geïsoleerde woning zorgen voor een afvoer van verontreinigde lucht en een aanvoer van verse lucht."
"Wat het energieverbruik betreft, klopt het op zich wel dat degelijk ventileren kan resulteren in warmteverliezen en bijkomend energieverbruik. Maar als je dit vergelijkt met de ongecontroleerde manier van ventileren vandaag, is dit wel degelijk ook inzake energieverbruik een serieuze stap voorwaarts."
"Vandaag ventileren mensen immers veelal door ramen en deuren open te zetten. Dat werkt pas energieverliezen en tocht in de hand. De wetgever heeft ingezien dat deze manier van ongecontroleerd ventileren niet meer van deze tijd is en leidt tot energieverspilling. Vandaar dat er terecht ook een ventilatieluik werd ingebouwd in de nieuwe energieprestatieregelgeving."

 
Belgische norm
Door deze nieuwe regelgeving zal de Belgische norm NBN D50-001 voortaan verplicht worden. Het decreet i.v.m. de energieprestatieregelgeving bepaalt immers dat de ventilatie moet beantwoorden aan de minimumeisen. Concreet wil dat zeggen dat de norm NBN D50-001 verplicht wordt. Deze norm bestaat al sinds 1992, maar was in Vlaanderen nooit verplicht gesteld door een wet. In Wallonië was de norm wel al verplicht. Met de nieuwe regeling gaat Vlaanderen een stapje verder dan Wallonië door controles uit te voeren.
De norm bepaalt hoeveel volume lucht toegevoerd, doorgevoerd en afgevoerd moet worden. Per uur en per m² vloeroppervlakte moet er een aanvoer van 3,6 m³ verse lucht zijn. Verder stelt de norm dat de toevoer moet voorzien worden in de droge ruimtes en dat de afvoer via de natte ruimtes moet gebeuren.

Om hieraan te beantwoorden zal de architect in zijn ontwerp wel degelijk aandacht moeten besteden aan ventilatie. In het stedenbouwkundig attest moet aangetoond worden op welke manier de woning geventileerd wordt. De vergunning wordt geweigerd als uit dat dossier blijkt dat de ventilatievoorzieningen tekortschieten. Zomaar wat invullen om in orde te zijn zoals in het verleden vaak gebeurde met de isolatiewetgeving, zal niet kunnen. Na de werken moet immers ook een as built-dossier ingeleverd worden waarin verklaard wordt welke ventilatievoorzieningen uiteindelijk genomen werden in deze woning. Bij wijze van steekproef zal door inspecteurs van de overheid gecontroleerd worden of dat as built-dossier overeenstemt met de werkelijkheid. Als uit het as built-dossier of uit de controle ter plaatse blijkt dat de woning niet voldoet, kan zowel de bouwheer als de architect een administratieve boete krijgen, hoewel dat in de praktijk niet zo veel zal voorkomen.
 
Hoe ventileren?
De wetgeving bepaalt dus hoeveel er minimaal geventileerd moet worden, maar niet hoe dat moet gebeuren. De norm stelt enkel dat dit kan door gecontroleerde natuurlijke ventilatie, door gecontroleerde mechanische ventilatie of door een combinatie van beide. Zal natuurlijke ventilatie nog volstaan om te voldoen aan de minimumeisen van de energieprestatieregelgeving?
"Ventibel volgt de norm: een systeem van natuurlijke ventilatie kan, een mechanisch syteem kan en een combinatie van de twee is mogelijk", beklemtoont Hendrik Daem. "Wat betreft het syteem van natuurlijk gecontroleerde ventilatie denk ik dat de bouwheer en de architect dit nog perfect kunnen toepassen indien zij van bij het gebouwconcept hiermee rekening houden."

Sensibilisering en opleiding
Om de architecten en plaatsers wegwijs te maken in de nieuwe regelgeving, ontwikkelt het WTCB softwarepakketten om de berekening van het E-peil te kunnen uitvoeren. In het voorjaar van 2005 zijn ook allerhande opleidingen gepland voor architecten en studiebureaus. Ook in het technisch onderwijs en de universiteitsopleidingen worden opleidingen en cursussen voorbereid om de bouwprofessionals in spe vertrouwd te maken met de nieuwe energieprestatieregelgeving en met specifieke ventilatieverplichtingen.


Foto :
Ventibel: samen in de bres voor een gezond leefklimaat Teneinde een gezond binnenklimaat te promoten in België hebben een aantal bedrijven uit de ventilatiesector besloten om een eigen beroepsfederatie op te richten. Deze vereniging ging officieel van start op 01 juni 1999 en kreeg de naam 'VENTIBEL', die duidelijk een nationaal karakter weergeeft.
Met dit initiatief wil VENTIBEL de markt sensibiliseren en aldus meer de nadruk leggen op de belangrijkheid van een gezond, leefbaar, comfortabel en energiezuinig binnenklimaat bij de nieuwbouw of renovatie van residentiële en niet-residentiële gebouwen of woningen. VENTIBEL wenst samen te werken met overheden, wetgevende organen, belangengroepen, andere sectororganisaties, architecten, installateurs, en andere belanghebbenden of organisaties om finaal te sensibiliseren en te informeren over de systemen, producten, nieuwigheden, normen, enz. Tevens zal het streven naar kwaliteit binnen de sector een belangrijk objectief vormen.
Meer info op
www.ventibel.be.
Bron : www.livios.be

09:12 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |