11-08-04

Vlaams regeerakkoord: duurzaam wonen voor iedereen

Nieuwe bazen, nieuwe wetten, klinkt het bekende gezegde. Op de nieuwe wetten is het wellicht nog wachten, maar de kersverse Vlaamse regering heeft wel haar regeerakkoord bekendgemaakt. De overheid ziet het bouwen aan een beter Vlaanderen als een opdracht van iedereen en besteedt onder meer veel aandacht aan het stimuleren van duurzaam bouwen. Livios nam het regeerakkoord door en lichtte de woongerelateerde items er uit.
 
Hieronder volgen de belangrijkste elementen rond wonen uit het regeerakkoord. Er zijn zeker nóg woongerelateerde items geïntegreerd in andere onderwerpen, zoals energie, milieu of bouwvergunningen voor ondernemingen, maar deze mee opnemen zou ons te ver brengen. Voor de integrale tekst verwijzen we je naar de website van de Vlaamse overheid, waar je het regeerakkoord kan raadplegen.
REGEERAKKOORD VLAAMSE REGERING 2004-2009
 
III. Een betaalbare woning voor iedereen
 
Het recht op menswaardig wonen, zoals vastgelegd in de Vlaamse wooncode, komt onder druk door een dalend aanbod aan woongelegenheden, stijgende huur- en bouwprijzen en onaanvaardbare lage kwaliteit in een aantal segmenten van het woningaanbod. We willen deze trend ombuigen. Wij willen een beleid dat nog meer Vlamingen de mogelijkheid biedt een eigen woning te verwerven. Tegelijk willen we ook zorgen voor voldoende kwalitatieve woningen, op de eerste plaats voor die mensen die daar om financiële redenen op aangewezen zijn. In het woonbeleid willen we rekening houden met het effect van de gezinsverdunning en vergrijzing op de behoefte aan meer, maar kleinere woongelegenheden. We willen stimulerende maatregelen uitwerken, opdat alle actoren (private markt, sociale woonorganisaties, besturen en bewoners) actief op en betrokken bij de woonmarkt, hun verantwoordelijkheid kunnen opnemen om te zorgen voor een meer betaalbaar woonaanbod. Wij zullen daarbij oog hebben voor regionaal maatwerk en een betere woningkwaliteit. Duurzaam wonen zal worden gestimuleerd.
 
Voldoende beschikbare en betaalbare bouwkavels

Gelet op de huidige krapte op de markt, willen wij een actief grond- en pandenbeleid voeren in samenwerking met de andere besturen en private partners. We zullen grondeigenaars stimuleren om hun bouwkavels en panden op een marktconforme manier ter beschikking te stellen. Er moet steeds rekening gehouden worden met (sub)regionale en lokale eigenheden, grondbeleid is maatwerk. Het beleid zal een dubbel spoor volgen: in de eerste plaats zorgen dat meer kavels gelegen in de woonzone op de markt komen en tegelijk ook het aanbod verhogen door het verantwoord aansnijden van woonuitbreidingsgebieden.

Wij zullen alle publieke rechtspersonen (gemeentebesturen, OCMW’s, kerkfabrieken, huisvestingsmaatschappijen, de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest, …) stimuleren om hun bouwgronden op de markt te brengen. We maken daartoe met hen afspraken. Het werken met gemengde projecten van sociale kavels (is ruimer dan sociaal huurbesluit) en sociale en private woningbouw kan de financiële last van de ontwikkeling drukken.
De Vlaamse regering zal in samenwerking met de gemeenten maatregelen nemen om het om louter speculatieve redenen in eigendom houden van grote aantallen bouwpercelen in goedgekeurde verkavelingen tegen te gaan.
We nemen positieve maatregelen om meer kavels in de woonzone op de markt te krijgen zoals:

- De huidige tijdelijke verlaging van de schenkingsrechten op bouwgronden wordt verlengd (nu tot 31.12.2005) én aangevuld met een bouwverplichting binnen een bepaalde termijn. Zo stimuleren we de mensen om op deze gronden inderdaad ook te bouwen.

- De persoon die de opbrengst van een bouwkavel belegt in de 'Woonbevak', geniet niet alleen van een degelijk rendement op zijn belegging, maar weet tevens dat zijn erfgenamen vrijgesteld worden van successierechten op de aandelen.
- De gemeenten stellen de lijst van bouwkavels zoals die zijn opgenomen in het register van de onbebouwde percelen publiek ter beschikking. Ze koppelen daar een informatiecampagne aan.
- We moedigen de lokale grondregies en intercommunales aan in hun rol om een sociaal grondbeleid te voeren.

Wij zullen ruiloperaties van gronden met verschillende bestemmingen aanmoedigen, met het oog op het sneller op de markt brengen van bouwgrond.
 
De Vlaamse minister van ruimtelijke ordening zal met een omzendbrief duidelijk maken onder welke voorwaarden nog niet aangesneden reserves aan woongebied (rood volgens gewestplan) gelegen in het landelijk gebied (in binnengebieden) aangesneden mogen worden.
 
De sociale huisvestingsmaatschappijen moeten hun grondreserve in woonuitbreidingsgebied aansnijden. Er is een studie beschikbaar over welke gronden op korte termijn kunnen worden bebouwd. Ze houdt rekening met hun ligging, de watertoets, de afstand tot een woonkern. De aansnijding van deze zones moet kunnen verlopen via een vereenvoudigde en versnelde procedure.
 
Alle gemeenten en private partners krijgen de kans, via vereenvoudigde procedures, woonuitbreidingsgebieden op hun grondgebied aan te snijden. Er zal ook een oplossing gezocht worden voor gemeenten waar vandaag geen woonzones noch woonuitbreidingsgebieden meer voorhanden zijn.
 
Het aansnijden van woonuitbreidingsgebieden gebeurt na een screening volgens de criteria en voorwaarden zoals bepaald in de omzendbrief RO/2002/03 van 25 oktober 2002. Het gemeentebestuur zal daarbij aantonen op welke wijze er naar wordt gestreefd een gezonde mix te realiseren van normale kavels, sociale kavels (onder de marktprijs) en/of sociale huur en/of koopwoningen in functie van de omvang van het woonuitbreidingsgebied. Private en openbare initiatiefnemers worden in voorkomend geval gestimuleerd om de gewenste sociale mix gezamenlijk te realiseren. Daarbij zal de verkavelingsvergunning bijzondere aandacht hebben voor de maximale oppervlakte van de percelen. De Vlaamse regering zal tevens een indicatief percentage aan sociale kavels vaststellen. In die gemeenten waar een nader te bepalen minimale norm aan sociale woningen niet wordt gehaald zal dit percentage hoger zijn. Tevens zal in een mechanisme worden voorzien om inkomensvallen, als gevolg van al te rigide inkomensgrenzen om in aanmerking te komen voor de aankoop van een sociale kavel, weg te werken.
 
Betaalbaar huren

Het stelsel van huursubsidies wordt geheroriënteerd naar een uitgebreider systeem van huurtoelagen op basis van volgende principes: 

- selectiviteit qua doelgroep

- in principe automatische toekenning
- beperkt in de tijd (te moduleren voor gepensioneerden)
- optrekken van het inkomensplafond, waarbij 'huisvestingsval' vermeden wordt, en van de maximumhuurprijs, eventueel regionaal te differentiëren.
- koppeling aan een redelijke huurprijs en aan kwaliteitsnormen
- zittende huurders die aan de voorwaarden voldoen, krijgen ook zonder verhuis een huursubsidie voor zover ze wonen in - een huurwoning waarvoor de overheid een tegemoetkoming toekent (renovatiepremie aan verhuurder, sociale verhuurkantoor, woonbevak)
- geen automatische stopzetting bij een ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring
- moet ten goede komen van de huurder.
 
De heroriëntering en uitbreiding geschiedt gefaseerd. Ze volgen een groeipad dat vertrekt vanuit de bijsturing en uitbreiding van het huidig stelsel van "verhuissubsidies". We zullen het idee van een centraal georganiseerd huurwaarborgfonds onderzoeken, onder meer om de lasten van de OCMW’s in verband met huurwaarborgen te verlichten. We gaan over tot de oprichting van een woonbevak voor de bouw of aankoop van private huurwoningen. We koppelen daarbij de huurprijs aan de huurtoelage. We onderzoeken de uitbreiding van dit systeem naar koopwoningen.
 
We willen zorgen voor een sterke aangroei van het aantal huurwoningen die aan sociale voorwaarden kunnen gehuurd worden. Daarom geven we financiële mogelijkheden aan sociale verhuurkantoren om private woningen te renoveren die ze gedurende een lange periode kunnen inhuren met het oog op verhuur aan sociale voorwaarden. Eénzelfde doel willen we bereiken door een renovatiepremie te geven aan de private eigenaar die bereid is een woning voor een voldoende lange termijn aan een sociaal verhuurkantoor te verhuren.
 
Meer mensen worden eigenaar door kopen en renoveren of bouwen

We voeren een substantiële renovatiepremie in voor de eerste gezinswoning. In geval van renovatie voor verhuring door een private eigenaar, bevriezen we de waarde van de woning voor het gewestelijk deel van de onroerende voorheffing. We zullen de regeling inzake meeneembaarheid van de registratierechten vereenvoudigen. We onderzoeken of het niet geplafonneerd zijn van het registratierecht voor een hypothecaire inschrijving niet contraproductief is.
 
We zullen de vrijstelling van registratierecht voor de aankoop van een gezinswoning of een bouwkavel verhogen van 12500 euro naar 15000 euro. Op dit ogenblik kan deze vrijstelling bij de aankoop van een bouwgrond enkel bekomen worden indien de koper binnen 3 jaar op dat perceel een woning bouwt en die woning ook bewoont. Wij voorzien er in dat aan deze voorwaarde slechts binnen vijf jaar moet voldaan worden. De toegang tot de verzekering gewaarborgd wonen zal volledig opengesteld worden (doorbreken huidig inkomensplafond, wel met behoud van begrenzing in de tussenkomst).

We zullen het registratierecht op de hypothecaire inschrijving van een lening voor de bouw, renovatie of verwerving van de enige gezinswoning afschaffen voor de eerste schijf van 100.000 euro.
In het kader van de vergrijzing geven we aanmoedigingen aan nieuwe woonvormen. We denken bijvoorbeeld aan de realisatie van kangoeroewoningen (noot: Kangoeroewoning is een woning waarbij een bejaarde persoon in een afgescheiden wooneenheid onder hetzelfde dak woont als een jong gezin) of het aanpassen van grote woningen om er meerdere woongelegenheden (voor hoofdverblijfplaatsen) in te maken (behoudens specifieke regels voor studentenkamers). Ook stedenbouwkundig. moet het mogelijk zijn om bestaande woningen op te delen. Zo houden we rekening met de gezinsverdunning. Het kwalitatief aspect moet uiteraard gewaarborgd zijn.
We maken bijkomende stimuli via premies afhankelijk van duurzaam bouwen. Daarbij hebben we aandacht voor energieprestatienormen, duurzame bouwmaterialen en waterbesparende infrastructuur. We zorgen voor een harmonisering met de federale fiscale stimuli. In het kader van de administratieve vereenvoudiging, onderzoeken we hoe een premie voor bouw/renovatie en energiezuinige investeringen automatisch gekoppeld kan worden aan het verlenen van een bouwvergunning. We proberen in overeenstemming met de federale overheid eenzelfde definitie te hanteren voor de fiscale ondersteuning van energiebesparende investeringen en premies.

We zullen de uitvoering van renovatieprojecten in stadskernen onder meer via PPS formules stimuleren.

De sociale huurder beschikt over een kooprecht om de woning die hij huurt, van de sociale huisvestingsmaatschappij te kopen. De Vlaamse regering gaat concreet onderzoeken in welke mate een aantal hindernissen en praktische problemen zowel in hoofde van de kandidaat-koper als van de sociale huisvestingsmaatschappij kunnen opgeheven worden. Het aantal sociale huurwoningen mag niet verminderen. Daarom zal de Vlaamse regering in dit verband aan de huisvestingsmaatschappijen voldoende financiële middelen ter beschikking stellen voor bouw, aankoop of renovatie.
 
Sociale huisvesting

Met een verhoging van de middelen voor sociale woningbouw, ook in privaat-publieke samenwerking, breiden we het aanbod aan sociale huur- en koopwoningen sterk uit. We vereenvoudigen de procedures en subsidiestelsels, die van toepassing zijn op de sociale woningbouw. We verkorten de doorlooptijd en maken gebruik van een enveloppensysteem. In uitvoering van de Wooncode, geven we de sociale bouwmaatschappijen méér autonomie. Dit gaat gepaard met een grotere responsabilisering, via de invoering van beheersovereenkomsten, enveloppenfinanciering en resultaatsverbintenissen. Voor sociale huisvestingsmaatschappijen, die verhuren aan mensen met een zeer laag inkomen en daardoor met een verliespost zitten, zoeken we naar een structurele oplossing. Hiervoor worden de financiële situaties van de sociale huisvestingsmaatschappijen in kaart gebracht. In afwachting van deze doorlichting blijft het huidige systeem lopen, maar worden de criteria verfijnd. De beleidsdomeinen wonen en welzijn vragen zowel een samenwerking als een afbakening. De sociale noden van de bewoners staan voor ons centraal. Om de welzijnsproblemen op te vangen die de woonsector niet aankan, is een aparte financiering vanuit welzijn nodig. We onderzoeken de gevolgen van co-ouderschap bij de toewijzing van sociale woningen.
Het systeem van de inkomensgrenzen voor sociale huisvesting wordt herbekeken met het oog op het bereiken van een betere sociale mix. We stimuleren de betrokkenheid van bewoners in sociale huurprojecten, door de opname van deze verplichting in de beheersovereenkomsten van het Vlaamse gewest met de sociale huisvestingsmaatschappijen.

De Wooncode bepaalt dat de gemeente de regisseur is van het lokaal woonbeleid. De gemeenten worden gestimuleerd om hun huisvestingsdienst om te vormen tot een uniek woonloket, waar burgers terechtkunnen voor alle woonvragen. De Vlaamse regering wil op een positieve manier de gemeenten stimuleren om deze taak echt op te nemen met alle publieke en private actoren.

Gemeenten en bouwmaatschappijen leggen gezamenlijk en in overleg met het Vlaams gewest kwantificeerbare doelstellingen vast voor de duur van een gemeentelijke legislatuur. Dit zal verankerd worden in beheersovereenkomsten. We zullen in overleg met de sector het monopolie van het werkingsgebied van sociale huisvestingsmaatschappijen en de opsplitsing tussen huur- en koopmaatschappijen doorbreken. Daardoor ontstaan echte woonmaatschappijen. We zullen er daarbij wel over waken dat de financiële mogelijkheden van de koopmaatschappijen niet worden gehypothekeerd. In afwachting behouden de koopmaatschappijen de exclusiviteit voor de financiering van het hypothecair krediet. Op termijn streven we naar één woonmaatschappij per gemeente of groep van gemeenten. We geven huisvestingsmaatschappijen de mogelijkheid om sociale fraude en specifiek domiciliefraude, overlast en huurschade en huurachterstal kordaat aan te pakken. We moedigen de huisvestingsmaatschappijen aan tot een diepgaander onderzoek naar het woningbezit, ook en vooral in het buitenland van de kandidaat-huurders. Vlaanderen moet bi- of multilaterale verdragen afsluiten waardoor een bewijs van het kadaster of van vergelijkbare diensten in het buitenland over het al dan niet eigendombezit van de kandidaat-huurders opgevraagd kan worden.
 
Woonkwaliteit verbeteren

Huisjesmelkerij wordt kordaat aangepakt. De strijd tegen leegstand en verkrotting en huisjesmelkers vergt een goed uitgebouwde Wooninspectie, die over aangepaste instrumenten beschikt. We verbeteren de werking van de Wooninspectie.
We geven een bonus aan gemeenten die zelf en in de plaats van het Vlaams gewest de heffing op leegstand en verkrotting overnemen. De opbrengst is bestemd voor het gemeentelijk woonbeleid.
Nu er een uitdoofscenario bestaat voor permanente bewoning op campings wordt ook een regeling uitgewerkt voor bewoners van weekendverblijven die niet planologisch kunnen worden geregulariseerd.

VI. Samenleven in diversiteit
 
Huisvesting

We voeren een huisvestingsbeleid dat er op is gericht om de diversiteit in wijken op een meer leefbare manier in te richten, door de vlucht van wie zich sociaal en financieel heeft verbeterd tegen te gaan en nieuw– en oudkomers te spreiden. Dat kan met name door:
- Een sterkere stimulans van eigen woningbezit met in begrip van de mogelijkheid om mits de huisvestingsmaatschappij er mee instemt en over voldoende sociale woningen beschikt een sociale huurwoning te kopen.

- Een meer gerichte en harde aanpak van huisjesmelkers.
- Een betere spreiding van de inplanting van sociale huisvesting over en binnen alle steden en gemeenten.
- Meer ruimte voor de sociale huisvestingsmaatschappijen om op basis van objectieve criteria een sociale woning toe te wijzen om een gepaste en goede sociale mix te realiseren binnen sociale wooncomplexen.
XI. Rechtszekere ruimtelijke ordening

Een rechtszeker beleid voeren met minder administratieve lasten en zonder willekeur voor kandidaat-bouwers en -verbouwers is ons eerste opzet in de ruimtelijke ordening. Het ruimtelijk ordeningsbeleid staat maximaal ten dienste van de maatschappelijke doelstellingen op het vlak van ondernemen, wonen, maatschappelijke dienstverlening.
 
Ruimtelijk structuurplan Vlaanderen

We onderschrijven de nood aan een lange termijnvisie voor de ruimtelijke ordening.We zorgen voor de effectieve uitvoering van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen: de uitvoering van de bindende bepalingen en de ruimteboekhouding, m.n. o.m. een snelle, correcte afbakening van het stedelijk gebied, het woongebied en de 7.000 ha. extra bedrijventerreinen, evenals de gelijktijdige afbakening van 750.000 ha. agrarisch gebied (met de aanduiding van de ruimte voor de para-agrarische bedrijven), extra 38.000 ha natuurgebied en 10.000 ha bosgebied. We evalueren het bestaande RSV en bereiden de tijdige herziening ervan voor.

 
Er wordt een grondbeleidsplan en een grondenbank op Vlaams niveau opgericht,die kan opereren op de grondmarkt door het aankopen en verkopen van onroerende goederen. Deze zal zich beperken tot zaken van Vlaams niveau, zoals de ontwikkeling van brownfields, strategische projecten van gewestelijk belang (stationsomgevingen), Vlaamse poorten, ...), de uitoefening van de aankoopplicht en het voorkooprecht in ruimtelijk kwetsbare gebieden of potentiële overstromingsgebieden en het beheer van het Vlaams patrimonium.
De ruimtelijke ordening, waarbij de diverse maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar worden afgewogen, behoudt een integrerende en coördinerende rol ten opzichte van de diverse sectorale aanspraken. Conflicterende regelgeving of grafische overlappingen worden maximaal weggewerkt.
 
Vergunningenbeleid: klantvriendelijkheid, snelheid en kwaliteit

In overleg met de betrokken besturen waarborgen we een klantgerichte en snelle afhandeling van bouwvergunnings-aanvragen op alle bestuursniveaus. We responsabiliseren deze bestuursniveaus om de vergunningsaanvragen binnen de decretaal voorgeschreven termijnen af te handelen. We preciseren vage begrippen als “ruimtelijke draagkracht” enz.. Zo kunnen mensen veel beter inschatten en voorspellen onder welke voorwaarde ze een bouwvergunning kunnen bekomen.

 
We zorgen voor één infoloket per provincie, een gedeconcentreerde dienst van de Vlaamse overheid, waar mensen informatie en advies kunnen opvragen m.b.t. hun bouwdossier.
Voor beslissingen inzake ruimtelijke ordening zal de gemachtigde ambtenaar enkel nog in beroep kunnen gaan tegen de beslissingen van de Bestendige Deputatie wanneer hij van oordeel is dat de beslissing onwettig is. Een beroep door de gemachtigde ambtenaar op basis van opportuniteitsoverwegingen sluiten we uit. Het algemeen toezicht door de Vlaamse overheid blijft mogelijk.
 
Voor de eigen vergunningsaanvragen krijgen de lokale besturen en de sociale huisvestingsmaatschappijen de mogelijkheid om bij de Vlaamse overheid in beroep te gaan tegen afwijzende beslissingen.
 
Planning

We verlengen de termijnen waarbinnen de gemeenten hun plannings- en vergunningsopdracht moeten halen. Het bindend gedeelte van het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan (GRS) maken we facultatief voor de gemeenten. Het volstaat dat ze het richtinggevend of indicatief deel maken. Alleen de gemeenten die een bindend gedeelte van hun ruimtelijk structuurplan afwerken komen in aanmerking om zelfstandig vergunningen af te leveren. We geven de mogelijkheid aan gemeenten om samen, in het raam van samenwerkingsverbanden, een GRS op te maken.

 
We zetten de resolutie over de weekendverblijven van het Vlaams parlement van 15 januari 2003 om in decretale regelgeving. Zo bieden we eindelijk rechtszekerheid. We zorgen zoveel als mogelijk voor een planologische oplossing. Wanneer dit niet mogelijk is waarborgen we een uitdovend woonrecht.
We evalueren het systeem van planbaten en planschade, alle aankoopverplichtingen en compensatiemechanismen en sturen ze waar nodig sociaal bij.
 
Handhaving

Rekening houdend met de overwegingen van het decreet van 4 juni 2003 houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening wat de handhaving betreft (B.S., 22 augustus 2003) zorgen we voor een consequent handhavingsbeleid.
 
Er wordt onderzocht in welke mate het decreet op het handhavingsbeleid moet aangepast worden teneinde meer rechtszekerheid te geven met betrekking tot de afhandeling van oude bouwmisdrijven (van voor 1 mei 2000).
 
Bron : www.livios.be en www.vlaanderen.be
Foto : Minister van Wonen, Media en Sport Marino Keulen

13:48 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.