30-07-04

Ik wacht best zo lang mogelijk met het opvoegen van mijn gevel ?

Het huis waarin je zwaar investeerde is eindelijk instapklaar. Alleen: de buitengevel is nog niet opgevoegd. Dit moet toch leiden tot energieverlies en het risico op regeninslag aanzienlijk vergroten? En wat dan te denken van grootvaders advies om zolang mogelijk te wachten met het opvoegen van de muren?
 
We gingen te rade bij baksteenhandelaar De Saegher en voegmortelfabrikant Seifert. Zij nuanceren deze stelling: "Vroeger wachtte men zo lang mogelijk om een huis op te voegen, zo kon het huis langer ademen en zat er dus minder vocht in de gevel. Het is vandaag nog altijd beter om voor het voegen zo min mogelijk vocht in de voegen te hebben, want de aanwezigheid hiervan brengt een gevaar op kleurschakeringen met zich mee."
"In de praktijk wordt er echter minder lang gewacht, vooral om economische redenen. Tijdens de metselwerken staat er een stelling, het is goedkoper als die onmiddellijk gebruikt kan worden om te voegen. Feit is bovendien dat de voegmortels van tegenwoordig er kwalitatief op vooruitgegaan zijn. Er zijn heel wat chemische bestanddelen aan toegevoegd, waardoor het risico op kleurschakeringen sterk verminderd is. De schade bij onmiddellijk voegen wordt dus een stuk minder."

 
Ton-sur-tonprincipe
Daarnaast is het belangrijk om bij de keuze van het voegsel niet over één nacht ijs te gaan. Weet dat voegen gemiddeld bijna 25 procent van een muuroppervlak in beslag nemen. Dit percentage ligt lager bij grote bakstenen. Een grijze voeg geeft muren een donkerder uitzicht. Een egalere schijn krijg je door beige voegen te gebruiken en witte voegen zorgen ervoor dat de eigenlijke kleur van de baksteen veel beter tot haar recht komt. Om homogene, strakke muurvlakken te creëren, wordt steeds meer voor een voegsel in dezelfde of een aanverwante kleur gekozen. Dit noemt men het ton-sur-tonprincipe. Hierbij wordt vaak gebruik gemaakt van kant-en-klare voegspecies, die op de werf enkel nog met water worden gemengd.
Kies dus nooit een steen zonder dat je die in combinatie met een voeg hebt gezien. Laat bij wijze van experiment een stukje van je gevel opvoegen in je kleur van voorkeur. Pas na één week drogen, heb je een correct beeld van het definitieve uitzicht.

 
Conclusie: Da klopt. Indien dat kan, wacht dan zolang mogelijk met het opvoegen van je gevel. Vroeger liet men er zelfs een winter over gaan om het vocht goed te laten uitvriezen. Op zijn minst even belangrijk is het om de juiste kleur van voegspecie voor je muur te kiezen.
 
Bron : www.livios.be

07:07 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-07-04

In hoeverre geniet de fiscus mee van de meerwaarde bij een verkoop?

De opbrengst die je als verkoper van een onroerend goed ontvangt binnen de context van een privé-vermogen is in principe niet belastbaar. Maar er zijn uitzonderingen, en die zet immo-specialist M. van de Woestijne voor ons op een rijtje in ons maandelijks immo-artikel.

De uitzonderingen die gemaakt worden, zijn van toepassing op:

1) Vastgoedhandelaars
Wie geregeld vastgoed aankoopt en weer doorverkoopt, buiten het gewoon beheer van zijn patrimonium, zal door de fiscus als vastgoedhandelaar worden aangezien. De inkomsten zullen als bedrijfsinkomsten belast worden.

2) Gronden
Er bestaat al sinds 1966 een meerwaardebelasting op ongebouwde onroerende goederen (gronden), die binnen de acht jaar na aankoop worden verkocht. De belastbare meerwaarde wordt niet bij het globaal belastbare inkomen gevoegd, maar is afzonderlijk belastbaar aan 33 % bij verkoop binnen de vijf jaar en 16,5 % bij verkoop binnen de acht jaar. Voor de berekening van de termijn moeten de data van de authentieke akte van aankoop en verkoop in aanmerking worden genomen. Heeft de verkoper de grond verkregen door schenking, dan is er geen belasting verschuldigd. Behalve wanneer de grond verkocht wordt binnen de drie jaar na datum van de schenkingsakte en binnen de acht jaar na verkrijging van de schenker.

3) Gebouwen
Sinds 1 januari 1997 werd een belasting ingevoerd op de meerwaarden gerealiseerd op gebouwde onroerende goederen in België. Voorwaarde om niet als grond maar als gebouw beschouwd te worden, is dat de waarde van het onroerend goed minstens 30 % vertegenwoordigt van de totaal betaalde prijs.
De meerwaardebelasting bij verkoop, ruil of inbreng in vennootschap is verschuldigd bij verkoop binnen vijf jaar na akte aankoop of binnen vijf jaar na ingebruikname van een nieuwbouw, op voorwaarde dat de bouwwerken begonnen waren binnen vijf jaar na aankoop van de grond. Voor de berekening van de meerwaarde wordt het verschil genomen tussen de aankoopprijs, verhoogd met de kosten van werken uitgevoerd door een geregistreerd aannemer en met een forfait van 25% + 5% per jaar tussen aankoop en verkoop en de verkoopprijs, verminderd met de verkoopkosten. De meerwaardebelasting bedraagt 16,5%.

Opmerking: er is altijd vrijstelling bij verkoop van de eigen woning!
Bron :
www.livios.be


02:09 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-07-04

Onderzoek naar smeergeld verontrust vastgoedsector

Het parket van Brugge en de federale politie voeren onderzoek naar een systeem van illegale commissielonen in de wereld van de syndici van flatgebouwen.
Die onderzoeken komen er nadat het parket van Brugge lucht kreeg van een syndicus in Blankenberge die smeergeld opstreek van bedrijven die diensten aanboden in het gebouw. Een syndicus beheert de belangen van de de eigenaars van appartementen in het gebouw en regelt de praktische zaken. Het parket van Brugge bevestigt dat er tegen de man al sinds vorig jaar een onderzoek loopt. De kans dat het om een geïsoleerd feit gaat, wordt heel klein geacht.
Het fraudedossier doet sterk denken aan een spectaculair proces dat anderhalf jaar geleden in Frankrijk werd gevoerd en waarbij meer dan honderd syndici en 793 leveranciers terechtstonden wegens het ontvangen of uitbetalen van smeergelden
Bron : www.gva.be en www.bouwenwonen.net

12:52 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-07-04

Renovatie Atomium officieel van start

De langverwachte renovatie van het Atomium is dinsdagmorgen officieel van start gegaan. Henri Simons, de voorzitter van de vzw Atomium en schepen van Brussel, gaf het startschot voor de werken door als een volleerd alpinist van het monument af te dalen.
De renovatie van het Atomium ging eigenlijk vorige week al van start. Toen begon de aannemer -vroeger dan verwacht- met de herstelling van de binnenkant van drie van de negen bollen.
De bezoekers merken daar niets van omdat het gaat om plaatsen die niet toegankelijk zijn voor het publiek.
De echt spectaculaire werken starten eind december. Het Atomium sluit dan zijn deuren en alpinisten brengen, zonder stellingen, de nieuwe huid aan.
Die operatie moet in september 2005 afgerond zijn. Begin 2006 gaat het monument weer open voor het grote publiek.
Bron : www.hln.be en www.bouwenwonen.net en www.atomium.be

12:15 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-07-04

Heeft windenergie wel toekomst?

Wat doen we met de windmolens? Gaan we door of stoppen we ermee en bundelen we al ons kapitaal en onze innovatiekracht in een andere richting? In waterstof bijvoorbeeld of kernsplitsing, kernfusie, zonne-energie, biobrandstoffen, aardwarmte (-koeling) of water- of getijdenkracht? Of blijven we bij de fossiele brandstoffen en wachten we tot zachtjes het licht en de kachel uitgaan? Want windmolens, zeggen de tegenstanders, zijn veel te duur als je het afzet tegen het rendement. Dat is misschien wel waar, maar, zeggen de voorstanders, we zijn nu op een punt aanbeland dat op sommige plekken de kosten van windenergie gelijk zijn aan die van centrales die gebruikmaken van fossiele brandstoffen
Windmolens zijn zinloze machines, schrijft ingenieur J.A. Halkema in zijn gelijknamige boekje. Prof.dr.ir. F. Kreuger van de TU Delft laat eveneens kritische geluiden horen in zijn publicatie 'Waar staan we met windenergie?' Ook hij vindt dat er maar een heel klein effect staat tegenover het vele geld dat in windenergie wordt gepompt. Voorts stelt hij dat windenergie geen conventionele centrales kan vervangen en dat zelfs de elektriciteitsvoorziening in gevaar kan komen. Waar het vroeger vrijwel alleen kritiek betrof over windmolens als landschapsvervuilers halen nu dus ingenieurs de zakjapanners tevoorschijn om voor te rekenen dat hier geld aan luchtkastelen wordt besteed. Halkema, al jaren een fervent tegenstander, stelt dat bij een verdubbeling van de wereldbevolking over enkele tientallen jaren, en daarmee een enorme toename van de energiebehoefte, het een verspilling van tijd en energie is zich bezig te houden met systemen zoals windenergie, die vanwege hun technische en natuurkundige onmogelijkheden nooit in staat zullen zijn om grote hoeveelheden energie op te wekken. Bij propagandisten van windenergie gaat het volgens hem niet om grote hoeveelheden kilowatturen op te wekken, maar echter om veel geld te verdienen. Wind is het allerzwakste medium voor de aandrijving van een krachtwerktuig stelt hij. Alleen vanwege zijn gewicht al, 1,22 kg/m³. Water daarentegen weegt 800 keer zo zwaar, 1000 kilo per kubieke meter. De drie bladen van een windmolen worden maar getroffen door een heel klein gedeelte van de lucht, het meeste gaat ertussendoor. En de propeller draait alleen als het voldoende waait en heeft een maximaal vermogen bij Beaufort 8 (stormachtig). Halkema: "Maar de meest ellendige eigenschap van een windmolen is dat het vermogen varieert met de derde macht van de windsnelheid. Dat betekent dat het vermogen dat dus maximaal is bij zeer harde wind, Beaufort 7 tot 8, extreem sterk daalt wanneer de windsterkte afneemt. Vermindert de wind naar iets meer dan de helft, Beaufort 4 of circa 8 m/s, dan daalt het vermogen door deze derde macht al tot een 1/2 x 1/2 x 1/2 = 1/8; dat is tot 12 procent." Bij een daling naar een derde van het maximale vermogen blijft er slechts 3 procent over. De KEMA-windmonitor over de periode april 2002 tot maart 2003 laat zien dat het totale Nederlandse energieverbruik in die periode gemiddeld over het hele jaar circa 12.500.000 kilowatt is. In die periode waren er 1528 windmolens in gebruik met een nominaal vermogen van 678.000 kilowatt, dat is 444 kilowatt per windmolen. Deze produceerde 103.900 kilowatt. Dat is, zo rekent Halkema, maar 8,3 promille t.o.v. ons totale Nederlandse verbruik. Doorrekenend stelt hij dat een windmolen ongeveer 1/200.000 deel van ons totale energieverbruik opwekt. Hij vindt dan ook dat de Nederlandse burger "op schandalige wijze bedrogen wordt met al die verhalen over het nut van die onzinnige apparaten".
Kreuger schrijft in een publicatie in een nieuwsbrief van de stichting HAN, die als doel heeft publiek en politiek van een zo objectief mogelijke informatie te voorzien op het gebied van milieu, biotechnologie en aanverwante terreinen, over de stand van zaken wat betreft windmolens, dat als windzwakke en windstille dagen samenvallen met de winterpiek, de windparken geen vermogen bijdragen. De Nederlandse centrales moeten dan op vol vermogen draaien. Net zoals ze dat zouden moeten doen zónder windparken. De centrales hiervoor moeten in stand gehouden worden dan wel bijgebouwd als het elektriciteitsverbruik groeit. "Het realiseren van windparken heeft dus geen invloed op de bouw van elektriciteitscentrales in Nederland." Het milieueffect van windmolens is volgens Kreuger te verwaarlozen. " Het totaal van alle windparken in Nederland draagt thans minder dan 1/4 procent bij aan de besparing van brandstoffen of aan de uitstoot van rookgassen." Voorts zet hij grote vraagtekens bij de kosten van een megawindpark voor de kust, dat 15 tot 25 miljard euro moet gaan kosten. De variatie in die getallen hangt af van de groei van het verbruik. "Om aan te geven dat deze uitgave nationale proporties aanneemt, is dit bedrag vergeleken met de kosten van de Deltawerken een project van nationale grootte, dat men indertijd uit levensnoodzaak is aangegaan. Het beoogde megawindpark in zee blijkt dan drie- à vijfmaal meer te kosten dan de Deltawerken en met een resultaat dat geen zichtbaar gewicht in de schaal legt."
Bron : www.bouwenwonen.net en www.telegraaf.nl

12:36 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-07-04

Houtskeletbouw: snelle plaatsing en energiezuinig

Van een baksteenindigestie is in ons land nog helemaal geen sprake. Wel duiken steeds vaker alternatieve bouwmethodes op: staalbouw, bouwen met geëxpandeerd polystyreen, bouwen met vezelbeton… Al een tijdje ingeburgerd is houtskeletbouw, een techniek die toelaat snel en energiezuinig te bouwen. We zetten de voor- en nadelen nog even op een rijtje.

Definitie

Wat is houtskeletbouw? Het woord zegt het zelf, het 'skelet' van het gebouw bestaat hierbij uit houten stijlen. Zoals bij de mens is het skelet de constructie die het hele gebouw draagt, maar waartussen en waarrond heel wat andere elementen zijn aangebracht.
Aan de buitenzijde is er meestal een gevelsteen. Een houtskeletbouwhuis ziet er van buiten dan ook meestal net uit als een traditioneel stenen huis. Tussen die kepers bevindt zich een isolatiemateriaal. Aan de binnenzijde komt een paneel, dat de constructie de nodige stijfheid geeft.
In feite is houtskeletbouw dus een verder ontwikkelde vorm van oude vakwerkhuizen, zoals we ze in het Limburgse Bokrijk kunnen bewonderen. Ook daar wordt de constructie gemaakt via een houten skelet, dat dan wordt opgevuld met niet dragend materiaal.

Energiezuinig

Houtskeletbouw is een droge manier van bouwen. Het skelet wordt in elkaar getimmerd, wat veel sneller kan gebeuren dan het metselen van een stenen structuur. Een ander groot voordeel is al aangehaald: de ruimte tussen de kepers is perfect bruikbaar om een dikke isolatielaag aan te brengen. Bovendien is de constructie ook gemakkelijk koudebrugvrij te houden. Ideaal dus om een energiezuinige woning op te trekken. Een K-waarde van om en bij de 30 is vrij gemakkelijk te bereiken.
Een bijkomend voordeel van houtskeletbouw is de gemakkelijke verwerking van leidingen, die zeer flexibel weggewerkt kunnen worden. Hierbij dient echter gelet te worden op de luchtdichtheid van de constructie. Deze moet zo goed mogelijk verzorgd worden, opdat de isolatie effectief isoleert en de brandveiligheid en geluidsisolatie niet in het gedrang komen.

Pro & contra

Een houtskelet is een lichte constructie. Dit heeft voor- en nadelen. Voordeel is dat ze gemakkelijker op te warmen is (je hoeft niet al die zware materialen te verwarmen). Nadeel is dan weer dat je in de zomer de koelte van de nacht niet kan stockeren in een grote massa. Er zijn dan ook goede ventilatietechnieken noodzakelijk en vooral een adequate zonnewering om ook in de zomer een aangenaam binnenklimaat te garanderen zonder energieverslindende airconditioning.
Een veelgestelde vraag is ook deze naar brandveiligheid. Aangezien de constructie bekleed wordt met brandvertragende materialen, beantwoordt ze in haar geheel aan de normen voor brandveiligheid en is er ook geen enkel probleem om een brandverzekering te krijgen.

Akoestiek

De grootst mogelijke aandachtspunten bij houtskeletbouw zijn de eerder aangehaalde noodzaak om voldoende maatregelen te nemen om oververhitting in de zomer te voorkomen en geluidsisolatie (akoestiek is ruimer dan dat). Houtskelet heeft de naam om nogal gehorig te zijn. Dit kan perfect worden opgevangen met akoestisch isolerend materiaal of zogenaamde geluidsremmers.

Kostprijs

In principe ligt de kostprijs van een houtskeletbouw vrij dicht bij die van het equivalent in traditionele bouw. Het systeem leent zich goed voor zelfbouw; hierdoor kan de bouwvrouw of -heer de kostprijs nog een stuk verminderen.

Bij houtskeletbouw wordt uiteraad heel wat hout verwerkt. Het loont dan ook de moeite om zo veel mogelijk FSC-gelabeld hout te gebruiken. FSC is een label, dat wereldwijd georganiseerd is en dat je garandeert dat het hout op een duurzame manier is gewonnen (geen kaalslag, herbebossing, sociaal verantwoorde omstandigheden).
Bron : www.livios.be

16:59 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-07-04

Vloer- en wandtegels plaatsen

Tegenwoordig zijn er honderden producten op de markt voor de plaatsing van vloer- en wandtegels. Op vrijwel iedere verpakking staat hoe je tewerk moet gaan voor een goed resultaat. Zelden staat erop wat je níet moet doen. John Coorevits van Ceramega legt uit welke de meest voorkomende fouten zijn bij de plaatsing van tegels.

Fout 1: chape is niet droog genoeg

Iedere doe-het-zelver kan met een beetje handigheid zelf tegels verlijmen op een chape. Bij een nieuwbouw wordt meestal echter veel te vroeg gestart met de plaatsing van tegels. Het gevolg is dat ze loskomen. Laat de verse chape minstens 2 à 3 weken drogen. Let wel, dit is een regel voor water- en winddichte ruimtes. Niet-afgesloten ruimtes moeten nog veel langer drogen.

Fout 2: chape is oneffen

Begin nooit tegels te plaatsen vooraleer je de chape getest hebt op vlakheid. Als je eenmaal begonnen bent, is het moeilijk om oneffenheden te camoufleren. De vlakheid kan je gemakkelijk controleren door met een paslat of rechte plank vanuit de hoeken naar het midden te verschuiven. De meeste hoogteverschillen zitten in de hoeken of aan deuren. Oneffenheden kan je uitwerken met een egalisatiemortel. Daarna met gewone tegellijm de tegels verlijmen.

Fout 3: verlijmen op slecht ontvette tegels

Een bestaande vloer uitbreken is een ingrijpend werk, dat bovendien niet altijd mogelijk is. Daarom gaat men meer en meer over tot verlijming van vloeren op de bestaande ondergrond. Een veelgemaakte fout is dat men die ondergrond niet of nauwelijks ontvet. Bij absorberende vloeren zoals cementtegels of natuursteen moet je de bestaande vloer zeer goed ontvetten, omdat hij onderhouden wordt met zeep. Werk hier nooit met gewone tegellijm, wel altijd met Flexlijm. Het valt ook aan te raden om een voorstrijkmiddel te plaatsen 24 uur voor de start van de werken. Kijk de ondergrond steeds na op stabiliteit. Op een oneffen of losliggende bevloering kan je géén tegels lijmen.

Fout 4: te vroeg opvoegen

Na de plaatsing wil je natuurlijk zo vlug mogelijk de vloer opvoegen. Als je op een niet-zuigende ondergrond tegels geplaatst hebt, moet al het vocht dat in de lijm zit via de voeg uitdrogen. Bij een normale verlijming op droge chape kan je al na 36 uur opvoegen. Bij verlijming van vloer op vloer moet je zeker 48 uur wachten. Te vroeg opvoegen is even gevaarlijk als te vroeg op de vloer lopen. In sommige gevallen komen de tegels los of zullen ze niet meer vlak liggen.

Fout 5: onderhoud van tegels

Tijdens de plaatsing blijft er altijd een cementlaag achter op de tegels. Meestal dweilt men die weg. Dat kan zeker geen kwaad, maar het is meestal onvoldoende. Om de vloer na het opvoegen optimaal te reinigen, gebruik je altijd cementsluierverwijderaar. Die neemt het resterende voegsel en de cementresten weg, die ander vuil aantrekken als ze blijven liggen. Let ook op met zeep bij het onderhoud van de vloer. Een keramische tegel mag je niet onderhouden met vette producten. Die leggen alleen maar een vette film op de tegels. En als er eenmaal een vette laag op een keramische vloer ligt, krijgt je die er niet meer af door gewoon te dweilen.

Algemene info

Kies steeds een volkeramische tegel voor ruimtes met een zeer druk beloop, bijvoorbeeld winkels en openbare plaatsen. Bij twijfel over de kwaliteit, kan je steeds van iedere vloertegel de technische fiche opvragen. Een volkeramische vloer hoeft niet duurder te zijn dan een verglaasde.

Bron : www.bouwenwonen.net


12:57 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |