26-06-04

De Vlaamse bouw herleeft

 Het herstel in de bouw zet zich door. De eerste tekenen waren in maart al duidelijk. De resultaten van de enquête die de Bouwunie in het begin van juni afnam bij een representatief staal van 292 Vlaamse bouwbedrijven maken duidelijk dat de situatie verder in positieve zin evolueert. Dit is meer in het bijzonder het geval voor het werkvolume en de financiële situatie van de Vlaamse bouw-kmo's. Anderzijds blijft de concurrentiestrijd hevig, hebben de bedrijven af te rekenen met een toenemend aantal slechte betalers en is er een tekort aan vakbekwame bouwarbeiders.

De Vlaamse bouwbarometer stijgt ook in juni boven de gezonde grens van 100 indexpunten (meer positieve dan negatieve scores) uit. Het gaat hier zelfs om een duidelijke sprong voorwaarts. De bouwbarometer staat op zijn hoogste peil sinds maart 2001. Hierdoor kunnen we nu echt van een heropleving voor de bouwsector spreken.

Deze evolutie manifesteert zich vooral op het vlak van het werkvolume en het orderboekje. 93% van de Vlaamse bouwbedrijven zeggen meer dan voldoende werk te hebben. 35% heeft nu meer werk dan in het vorige kwartaal en ook de toekomst kondigt zich op activiteitsvlak positief aan. De overgrote meerderheid van de bouw-kmos verwacht het huidige activiteitspeil te handhaven (78%) of zelfs nog substantieel te verhogen (17%). Dit weerspiegelt zich in de orderportefeuilles, die bij 40% duidelijk boller staan dan in de voorbije maanden.

Positief is zeker ook dat het prijspeil (d.i. de prijzen die de bouwbedrijven aan hun klanten kunnen aanrekenen) in de meeste gevallen niet verslechterd is en dat 15% van de bouwbedrijfsleiders verwacht dat dit in de toekomst zal stijgen. Dat wil nog niet zeggen dat de prijzen zich genormaliseerd hebben. Verre van. Daar is een lange en krachtige herstelperiode voor nodig. Maar dit betekent wel dat de winstgevendheid van de Vlaamse bouwbedrijven aan de beterhand is (volgens 86%).

Ondertussen woedt de concurrentiestrijd in alle hevigheid voort. Een op vier van de aannemers zegt daarvan duidelijk meer last te ondervinden. Het gaat zowel om concurrentie vanwege collega-bouwbedrijven, als vanuit het zwarte en het grijze circuit. Meteen een van de redenen waarom de prijzen in de markt nog steeds onder het normale niveau liggen. Bovendien moeten de Vlaamse bouwbedrijven afrekenen met een groot aantal slechte betalers. 28% spreekt van een duidelijke toename. Samen met het tekort aan vakbekwame bouwarbeiders ervaren de bouw-kmo's deze trends als reële knelpunten voor de sector. De heropleving zorgt er wel voor dat 19% van de bouw-kmo's hun personeelsbestand willen aanvullen. Maar de helft van de bedrijfsleiders vindt het zeer moeilijk om geschikte arbeidskrachten te vinden en stelt dat dit probleem enkel maar vergroot.

Al bij al zijn de meeste Vlaamse bouwbedrijfsleiders tevreden over de gang van zaken in hun eigen onderneming (95%) en zelfs met de evolutie in de sector (78%). Dat was enkele maanden geleden wel anders.

Hun aanvoelen van een heropleving voor de bouwsector wordt alvast bevestigd door de specialisten terzake. Deze verwachten voor 2004 een groei van de bouwactiviteit van 2 procent of meer. De statistieken van de bouwvergunningen tonen een positieve evolutie (zowel voor de nieuwbouw als voor de renovatie van woningen, kantoorgebouwen en opslagruimtes) en het Federaal Planbureau voorziet voor de komende maanden (in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2006) meer overheidsinvesteringen (openbare werken en gebouwen).

Bron : www.bouwunie.be  www.bouwenwonen.net

00:10 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-06-04

Strengere isolatienormen voor woningen vanaf 1 januari 2006

De thermische isolatie-eisen die sinds 1992 in Vlaanderen voor woongebouwen gelden, worden verstrengd. Voor woningen, kantoren en scholen wordt tegelijk een energieprestatie-eis ingevoerd. Voor de particuliere woningbouw heeft dit onder meer tot gevolg dat vanaf 1 januari 2006 de isolatienorm niet langer K-55, maar K-45 bedraagt. Nieuwbouwwoningen dienen een E-score van 100 te krijgen: energieprestatiepeil 100. Ook bij renovaties waarbij een architect betrokken is, zullen strikte voorwaarden gesteld worden.
Dit lezen we in een document van het WTCB, het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf.

Het verbeteren van de energieprestaties van de Vlaamse gebouwen vormt een belangrijke maatregel om het protocol van Kyoto (1997) na te leven. De Europese richtlijn van 16 december 2002 over de energieprestatie van gebouwen verplicht de lidstaten onder meer om tegen begin 2006 minimumeisen op te leggen aan de energieprestatie van nieuwe en gerenoveerde grote gebouwen en om een energiecertificaat in te voeren bij nieuwbouw, verkoop of verhuur van een gebouw.
De bevoegdheid over energie is in ons land grotendeels gedelegeerd naar de gewesten, die dus voor de omzetting van deze richtlijn moeten zorgen. Voor Vlaanderen gebeurt dat door de ANRE, de Afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie. Het isolatiebesluit wordt vervangen door een decreet dat het algemene kader beschrijft en een uitvoeringsbesluit dat de concrete eisen vastlegt. De meerderheidspartijen keurden een voorstel van decreet goed op 20 april 2004. Volgens de gangbare procedure wordt er momenteel advies aan de SERV en Mina-raad gevraagd. Nadien zal het ontwerp ook aan de Raad van State voorgelegd worden, alvorens de regering haar definitieve goedkeuring kan geven.

Welke gebouwen?

Het energieprestatiebesluit legt eisen op aan alle nieuwe gebouwen en aan alle bestaande gebouwen die verbouwd, uitgebreid… worden. Dit wel op voorwaarde dat het gebouw verwarmd of gekoeld wordt voor mensen die er wonen, werken, winkelen, sporten… en dat er voor de werken een stedenbouwkundige vergunning nodig is. Naast eisen voor woongebouwen zijn er eisen voor alle andere categorieën van gebouwen: kantoren, scholen, industriële gebouwen, handelszaken, horeca en sportfaciliteiten. Werken aan kleine gebouwen (<3000 m³) waarvoor een stedenbouwkundige vergunning wordt aangevraagd zonder de tussenkomst van een architect, zijn vrijgesteld. Voor beschermde monumenten en gebouwen gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht of beschermd landschap, kunnen per gebouw uitzonderingen aangevraagd worden voor een of meerdere van de eisen.

Welke eisen worden opgelegd?
De eisen hangen af van de bestemming van het gebouw (wonen, kantoor, sport, industrie) en van de aard van de werken (nieuwbouw, verbouwing, functiewijziging). Het energieprestatiebesluit stelt eisen aan de energieprestatie van een gebouw (maximaal E-peil), verstrengt de thermische isolatie-eisen (maximaal K-peil en U-waarden) en legt eisen op aan het binnenklimaat in de vorm van minimale ventilatievoorzieningen en het beperken van het risico op oververhitting ’s zomers in woongebouwen. Voor herbouw van een gebouw, uitbreiding met een beschermd volume groter dan 800 m³, uitbreiding met minstens één wooneenheid en voor een zeer grondige renovatie van een groot gebouw gelden dezelfde eisen als voor een nieuwbouw met dezelfde bestemming. Bij een verbouwing worden eisen gesteld aan de U-waarden (=warmtedoorgangscoëfficiënt) van de verbouwde en nieuwe delen en moeten toevoeropeningen voor ventilatie voorzien worden in de ruimten waar ramen vervangen worden.
Voor een uitbreiding met een beschermd volume kleiner dan 800 m³ die geen wooneenheden bevat, worden eisen gesteld aan de U-waarden van de verbouwde en nieuwe delen en moet het minimale ventilatiedebiet gerespecteerd worden. Voor een functiewijziging van onverwarmd gebruik naar verwarmd gebruik en voor een functiewijziging van industrie naar wonen, kantoren of scholen, moet voldaan worden aan een maximaal K65-peil.

Overzicht van de eisen voor nieuwe gebouwen

 Woongebouwen
Kantoren en scholen
Andere specifieke bestemmingenIndustriële gebouwen
Thermische isolatieK45 en UmaxK45 en UmaxK45 en UmaxK55 of Umax
BinnenklimaatResidentiële ventilatie +
oververhitting
Niet-residentiële
ventilatie
Niet-residentiële
ventilatie
Niet-residentiële
ventilatie
EnergieprestatieE100E100--


Hoe aantonen?

Na het voltooien van de werken moet de opdrachtgever door middel van een zogenaamde 'EPB-aangifte' aantonen dat zijn gebouw voldoet aan de EPB-eisen. Zo kan hij de aangifte opstellen overeenkomstig de werkelijke uitvoering. De opdrachtgever behoudt de vrijheid om tijdens de uitvoering van de werken nog bepaalde keuzes (materialen, installaties) te veranderen, zolang het geheel maar blijft voldoen aan de eisen. Dit neemt niet weg dat de architect vanaf het ontwerp rekening moet houden met de EPB-eisen. Daarom wordt bij de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning een EPB-voorstel gevraagd dat indicatief en beschrijvend weergeeft hoe het gebouw aan de EPB-eisen zal voldoen.
De opdrachtgever moet voor de start van de werken een 'verslaggever' aanstellen. Deze verslaggever moet tijdens de uitvoering alle zaken die de energieprestatie van het gebouw beïnvloeden, nauwkeurig bijhouden en op het einde van de werken de definitieve berekening voor de EPB-aangifte maken. De architect kan de functie van verslaggever vervullen, maar het kan ook iemand anders zijn die over het vereiste diploma (ingenieur) beschikt.

Wat als het gebouw niet voldoet?

Van in het ontwerpstadium en doorheen het hele bouwproces zal de bouwheer met zijn ontwerper(s) en verslaggever d.m.v. een gebruiksvriendelijke software te allen tijde kunnen nazien of volledig aan alle gestelde eisen voldaan is. De bouwheer kan dus tijdig de nodige maatregelen laten plannen en correct laten uitvoeren. Aangezien pas na de beëindiging van de werken gerapporteerd moet worden, beschikt hij over ruim voldoende tijd om alle nodige acties te ondernemen om zich conform te stellen met de eisen.
Ingeval er zich toch onregelmatigheden zouden voordoen, kan de overheid, na overleg met de betrokkene, in laatste instantie administratieve boeten als sanctie hanteren. De eigenaar kan beboet worden wanneer hij de procedures niet volgt of wanneer in de EPB-aangifte (na beëindiging van de nodige werken) gerapporteerd wordt dat alsnog aan een of meerdere EPB-eisen niet voldaan is. De verslaggever kan beboet worden wanneer vastgesteld wordt dat de berekeningen uitgevoerd zijn met gegevens die niet overeenstemmen met de werkelijkheid. De boeten zijn evenredig met de afwijking van de EPB-eis en met de kostprijs van de investering om wel te voldoen.

Voordelen en extra inspanning

De methode om de energieprestatie te bepalen en de verschillende eisen laten vooreerst toe het ontwerp gemakkelijk te optimaliseren om een verbeterd binnenklimaat te bekomen:
  • de ventilatievoorzieningen zullen het realiseren van een goede binnenluchtkwaliteit mogelijk maken. Dit is belangrijk voor een goede gezondheid van de gebruikers van het gebouw;
  • er gebeurt een nazicht van het risico op oververhitting in de zomer, zodat eventuele problemen al in de ontwerpfase gedetecteerd en verholpen kunnen worden;
  • de goede thermische isolatie vermijdt lage oppervlaktetemperaturen.
Zo verhoogt het thermisch comfort en vermindert het risico op schimmelvorming en condensatie. De gebruikskwaliteit van het gebouw zal dus in velerlei opzicht verhogen. Daarnaast zorgen de goede isolatie en de energie-efficiënte installaties voor een lager energieverbruik, en dus jaarlijks voor terugkerende lagere energiekosten.Om baten te kunnen behalen, is het natuurlijk nodig bij de bouw een extra inspanning te leveren, maar deze is zeer beperkt, en al op korte termijn zeer kosteneffectief. De extra bouwkosten voor een E100-woning (het E-peil is de energieprestatie van een gebouw) worden tegenover de huidige bouwpraktijk geschat op 1.200 euro. De E100-woning is beter geïsoleerd, heeft betere installaties en een verwarming met een lager energieverbruik. De opdrachtgever verdient de extra bouwkosten in gemiddeld 2 à 3 jaar terug door een lagere energiefactuur. De opdrachtgever moet ook de verslaggever betalen, maar zelfs dan zal hij de meerkosten op een viertal jaar terugverdienen.
De extra kosten voor de ventilatie zijn hierbij niet meegerekend. Een goede ventilatie is niet nodig om de energieprestatie van een gebouw te verbeteren, maar wel voor een gezond binnenklimaat. Ventilatievoorzieningen zouden daarom nu al in alle woningen voorzien moeten zijn. Al meer dan 10 jaar is er een Belgische norm voor ventilatievoorzieningen.
Ze kunnen dan ook nu al zonder meer als regel van goed vakmanschap beschouwd worden. De energiebesparing blijft voor de levensduur van het gebouw. Een woning wordt gemiddeld 30 jaar bewoond zonder dat er werken uitgevoerd worden met een impact op de energieprestatie van het gebouw. Dit betekent dat de opdrachtgever nog ruim 25 jaar financieel voordeel heeft aan zijn woning die beter presteert op het vlak van energieverbruik.

Welke acties zal de Vlaamse overheid verder ondernemen?
Om de invoering van de energieprestatiereglementering te ondersteunen, zal de Vlaamse overheid onder meer volgende acties ondernemen:
  • een software ontwikkelen die de energieprestatie (het E-peil) van een gebouw berekent. Deze software zal gratis zijn voor de architecten, studiebureaus en verslaggevers.
  • overleg en communicatie naar de verschillende betrokken sectoren: architecten, studiebureaus, aannemers, installateurs en fabrikanten;
  • opleidingen aanbieden voor de betrokken sectoren;
  • communicatie voor het brede publiek;
  • een website uitwerken.
Dezelfde eisen in het Brussels Gewest en Wallonië?

Elk gewest is verplicht om de Europese richtlijn om te zetten. In het kader van het structurele overleg inzake energiebeleid tussen de federale staat en de gewesten, worden besprekingen gevoerd over de implementatie van de richtlijn. Hierbij wordt onderzocht of onderlinge samenwerking bij de implementatie mogelijk en aangewezen is. Het is momenteel nog niet duidelijk of in Brussel en Wallonië dezelfde eisen zullen gelden.

Via
deze link vind je de allerlaatste informatie terug over de verstrengde isolatienormen en het energieprestatiepeil.
Bron :
www.livios.be www.wtcb.be  www.confederatiebouw.be

23:11 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

19-06-04

Kurk of geen kurk ?

 Wat?
Vloer die vervaardigd wordt uit de boomschors van de kurkeik. Schors wordt gemalen, er worden harsen en andere toeslagstoffen aan toegevoegd en tenslotte wordt kurk in grote blokken geperst en verzaagd.

Kenmerken van de kurkvloer:

  • Voelt zacht en warm aan
  • Goede geluidsabsorberende eigenschappen
  • Kan gemakkelijk zelf gelegd worden
  • Van nature bruine kleur, maar tegenwoordig in verschillende tinten te krijgen

Soorten kurkvloeren

    a. Kurktegels:
    • Meestal rechthoekig, soms ook vierkant
    • Massieve kurktegels uit één geheel
    • Gefineerde kurktegels: op kurk wordt decoratieve bovenlaag van fineerkurk aangebracht; meer mogelijkheden qua dessins
    • Worden meestal gelijmd
    • Mag ook in vochtige ruimtes gelegd worden

    b. Kurkparket, opgebouwd uit kurklamellen

    • Bestaan uit onderste kurklaag, MDF-laag en decoratieve kurklaag
    • Lamellen zijn voorzien van tand en groef en kunnen zwevend geplaatst worden (enkel lijmen tussen tand en groef)
    • Wordt best niet in vochtige ruimtes gelegd

    c. Kurklaminaat
    Idem kurkparket, maar met bovenaan een transparante vinyltoplaag als extra bescherming. Deze maakt vloer ook onderhoudsvriendelijker
    d. Kurk op rollen:
    Vooral gebruikt als muurbekleding, minder als bevloering

Verkleuringen:
Kurk wordt na verloop van tijd wat lichter van kleur. Kan je opvangen door meubels ofwel nooit te verplaatsen, ofwel door ze regelmatig te verplaatsen.

Kwaliteitsverschillen:

  • Hoe hoger densiteit (= hoe meer korrels er geperst zijn in een tegel), hoe veerkrachtiger en duurzamer de vloer
  • Informeer naar densiteit, eventueel kan je ook afgaan op het gewicht van de tegels (hoe zwaarder, hoe beter).

Prijzen:

  • Tegels: vanaf 8,68 euro/m2 tot meer dan 24,79 euro/m2
  • Kurklaminaat: vanaf 32,23 euro/m2
  • Wandkurk: vanaf 4,96 euro/m2 (tegels), rollen zijn nog goedkoper

Plaatsing en afwerking

Plaatsing van kurktegels

  • Ondergrond moet volledig droog, stofvrij, homogeen en perfect vlak zijn
  • Eventuele oneffenheden egaliseren
  • Plankenvloeren en tegelvloeren best overdekken met watervaste spaander- of multiplexplaat
  • Linoleum, vinyl of vast tapijt verwijderen of overdekken met spaanderplaat
  • Gelakte ondergrond grondig schuren
  • Kurk 24 uur open uit zijn verpakking laten liggen voor je hem plaatst
  • Begin best met tweede rij tegels (weinig muren zijn volledig recht); trek een lijn evenwijdig met muur die als "smetlijn" fungeert
  • Gebruik de juiste lijm (vraag raad aan handelaar); kies bij voorkeur een lijm die correcties dadelijk na de plaatsing nog mogelijk maakt
  • Plaats de tegels op de vloer als lijm voldoende is ingetrokken (dat merk je als hij transparant i.p.v. wit wordt); kurktegels kunnen doorgaans tot 48 uur op voorhand gelijmd worden
  • Verwijder onmiddellijk eventuele lijmvlekken
  • Als tegel juist ligt, aankloppen met rubberen of houten hamer
  • Op het einde een rij tussen smetlijn en muur plaatsen

Afwerking na de plaatsing:

  • Er moeten vier vernislagen op kurkvloer aangebracht worden; soms zijn er in fabriek al enkele lagen op aangebracht; kurktegels waarop slijtvaste vinyllaag is aangebracht hebben geen vernislaag nodig
  • Gebruik juiste lak (gewone lak of vernis zou barsten)
  • Begin best met het vernissen de dag na de plaatsing
  • Eerst vloer grondig stofzuigen
  • Gebruik een rol (gemonteerd op een steel) voor de grote delen en een borsteltje voor de kleine delen
  • Vier lagen kruisgewijs op kurk aanbrengen
  • Wachttijd tussen twee laklagen: meestal tweetal uren; ideaal is om de verschillende lagen op één dag aan te brengen
  • Na laatste laklaag 10 à 12 uur wachten eer je vloer mag betreden met sokken en pantoffels, na 24 tot 48 uur kan je er met schoenen over en mogen meubels geplaatst worden

Onderhoud:

  • Regelmatig met vochtige doek of stofzuiger over de vloer
  • Af en toe vloer voeden met kurkonderhoudsmiddel
  • Na verloop van tijd laklaag vernieuwen; vloer dan eerst ontvetten, opschuren, reinigen met water en drogen.

Bron : www.livios.be en www.santana.be  

 

15:26 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Bouwunie maakt bouwprioriteiten over aan informateur

 Bouwunie, de bij Unizo aangesloten Unie van het KMO-bouwbedrijf, heeft vandaag de bouwprioriteiten van de Vlaamse bouw-kmo’s voor de nieuwe Vlaamse regering overgemaakt aan informateur Leterme. Deze prioriteiten hebben als uitgangspunt dat het ondernemen in de bouwsector voor de Vlaamse kmo's aangenamer en rendabeler wordt, én dat de Vlaming zijn (ver)bouwplannen kan uitvoeren. De realisatie ervan zal bovendien voor meer en duurzame Vlaamse jobs zorgen. Volgens de Bouwunie is het dan ook cruciaal dat de nieuwe Vlaamse regering in eerste instantie voldoende investeert. In wegen, infrastructuur, rioleringen, sociale huisvesting... Niet alleen om meer werkgelegenheid te creëren, maar ook om ervoor te zorgen dat Vlaanderen een moderne en welvarende regio blijft. Een tweede pakket aan bouwprioriteiten heeft betrekking op opleiding en herscholing. Zo moeten werkzoekenden sneller via een beroeps- en kmo-gerichte herscholing aan de slag kunnen in de bouw, en is het technisch en beroepsonderwijs aan een hervorming toe om de kloof tussen vraag en aanbod van bouwarbeiders te dichten. De nieuwe Vlaamse regering dient verder werk te maken van de afbouw van de administratieve rompslomp, waaraan de Vlaamse aannemer maar liefst 15%, en dus te veel, van zijn tijd moet besteden. De Bouwunie wijst tot slot op de noodzaak aan een beleid dat een bouwvriendelijk klimaat schept. Dit veronderstelt dat de (ver)bouwlustige Vlaming voldoende betaalbare bouwgronden ter beschikking heeft, beroep kan doen op een degelijk werkend en eenvoudig premiestelsel voor eigendomsverwerving en renovatie, zijn stedenbouwkundige vergunning binnen een redelijke termijn krijgt en niet te veel registratierechten of onroerende voorheffing moet betalen. Daarnaast vraagt de Bouwunie een “bouw”minister. Eén minister moet de verantwoordelijkheid krijgen over tal van bouwdomeinen. Concreet denkt de Bouwunie aan de samenvoeging van de bevoegdheidsdomeinen wonen, ruimtelijke ordening en openbare werken (bvb. de werken van Aquafin).

De Bouwunie bezorgt haar beleidsprioriteiten aan informateur Leterme met het verzoek ze op te nemen in een nieuw Vlaams regeerakkoord. Het ondernemen in de bouwsector moet voor de Vlaamse kmo's aangenamer en rendabeler worden. Dit leidt tot meer duurzame werkgelegenheid.

Een eerste belangrijk luik van bouwprioriteiten heeft betrekking op de overheidsinvesteringen en gesubsidieerde werken. Deze zijn jaarlijks goed voor ongeveer een derde van de totale omzet in de bouwsector. Wat betekent dat de bouw er in grote mate afhankelijk van is. Voor de Bouwunie moeten deze investeringen voor 2004 en de volgende jaren minstens op hetzelfde niveau blijven als in de voorgaande jaren. De vorige Vlaamse regering heeft in de eerste jaren van haar legislatuur inspanningen gedaan om meer te investeren. Maar deze inspanningen konden niet tot op het einde worden volgehouden. Wat een SERV-analyse onlangs duidelijk maakte. De Bouwunie vraagt dat de nieuwe Vlaamse regering de op de ondernemingsconferentie gemaakte beloftes nakomt. Ze moet met andere woorden meer investeren. In wegen, (nuts-)infrastructuur, rioleringen (om te voldoen aan de Europese normen), sociale woningbouw, in ziekenhuizen en scholen, in de restauratie van monumenten ... Bovendien moet ze de werken waarvoor ze middelen voorziet, ook daadwerkelijk uitvoeren. Niet alleen om meer werkgelegenheid te creëren, maar ook om ervoor te zorgen dat Vlaanderen een moderne en welvarende regio blijft. Daarnaast is het belangrijk dat ook de lokale investeringen op peil blijven. Dat houdt in dat o.a. Vlaanderen moet stoppen met het doorschuiven van zaken die de gemeentefinanciën aantasten, en middelen moet voorzien om de gemeenten voldoende te compenseren voor het geleden inkomstenverlies.

De meeste bouwberoepen behoren al jaren tot de knelpuntberoepen. Geschikte arbeidskrachten vinden, is voor bouwbedrijven, zelfs in tijden van grote werkloosheid, allesbehalve gemakkelijk. De Bouwunie ziet daarin voor de nieuwe Vlaamse regering een belangrijke taak weggelegd: investeren in een hervorming, opwaardering en grotere kmo-gerichtheid van de bouwopleidingen. Niet alleen in het onderwijs, waar de Bouwunie pleit voor de opwaardering beroepsonderwijs en de creatie van kwaliteitsvolle sectorgebonden scholen, maar ook in de werkzoekendenopleiding. Ook een meer pro-actief beleid vanuit de VDAB om werklozen sneller en juister toe te leiden tot een job in de bouwsector, is een belangrijk aandachtspunt. De Bouwunie wil dat de VDAB komt tot het sneller aanbieden van een herplaatsingstraject en het screenen van de kandidaat zodat hij/zij in het juiste beroep terechtkomt.

De afbouw van de administratieve rompslomp is nog steeds topprioriteit voor de Vlaamse bouwondernemer. De berg aan formulieren en reglementeringen is dermate groot dat de Vlaamse aannemer er maar liefst 15%, en dus te veel, van zijn tijd moet aan spenderen. De nieuwe Vlaamse regering moet initiatieven ondernemen om deze administratieve rompslomp terug te dringen, door een aantal overbodige formaliteiten af te schaffen en andere efficiënter te organiseren. Zeker op het vlak van milieureglementering. Zo moet er verder werk gemaakt worden van de invoering van integrale milieuvoorwaarden voor alle deelsectoren van de bouw. Dat moet het voor kmo's gemakkelijker maken om te voldoen aan de vele milieuregels. Ook de regeling van het grondverzet, die voor overbodige en ondernemingsdodende papieren rompslomp zorgt, moet vereenvoudigd worden.

De Bouwunie vraagt dat de nieuwe Vlaamse regering werkt maakt van een bouwvriendelijk klimaat. Er is een grote behoefte aan betaalbare bouwgronden en woningen in Vlaanderen. Daarom moeten de nodige maatregelen genomen worden om meer betaalbare bouwgronden op de markt te brengen. De Vlaamse overheid moet haar inspanningen om stedenbouwkundige vergunningen binnen een redelijke termijn af te leveren, ook aanhouden, en een vereenvoudigd en degelijk werkend premiestelsel voor eigendomsverwerving uitbouwen. Een gemeentelijke woonwinkel moet zorgen voor een betere informatieverstrekking. Tot slot pleit de Bouwunie voor een verdere daling van de registratierechten en de onroerende voorheffing. Deze maatregelen moeten ervoor zorgen dat het Vlaams woningenpark voldoende groot en kwalitatief is, en dat de Vlaming zijn (ver)bouwplannen kan uitvoeren.

Tenslotte dringt de bouwsector aan op de aanstelling van een “bouw”minister. Om te garanderen dat de prioriteiten van de bouw-kmo’s worden gerealiseerd, is het noodzakelijk dat de verschillende bouwgebonden bevoegdheidsdomeinen gebundeld worden in handen van één “bouw”minister. Concreet denkt de Bouwunie aan de samenvoeging van de bevoegdheidsdomeinen wonen, ruimtelijke ordening en openbare werken. Onder deze laatste bevoegdheid zouden alle infrastructuurwerken, waaronder o.a. de werken van Aquafin, moeten ressorteren.
Bron
www.bouwunie.be en www.bouwenwonen.net

15:19 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-06-04

Weer een mooie woning.

De Roeselaarse architect Guido Vancoppenolle kreeg de opdracht een vormelijk eenvoudige woning te bouwen met een beperkte oppervlakte (760 m² bouwperceel, 200 m² vloeroppervlakte), maar met klemtoon op ruimtelijke kwaliteiten. Een sterke relatie met de tuin was een basiswens.

Waarom koos de collega-architect deze architect?
De woning situeert zich middenin een verkaveling met hoge densiteit en werd gerealiseerd met een modaal budget. Typisch iets waar heel wat jonge gezinnen op zoek naar zijn: eenvoudig, haalbaar en technisch OK. Maar hier tref je net dat ietsje meer: ruimtelijkheid, detaillering, privacy… Van een architect kun je natuurlijk niet minder verwachten.

De architect zelf over zijn woning?

Troeven
- Het is een compacte woning, met een grote ruimtelijkheid. De opening in de vloer tussen living en bureel, samen de grote glaspartijen (tot in de nok), zorgt voor de nodige openheid in de woning. Door deze glaspartijen is er eveneens een sterke band met de ommuurde tuin, die als het ware een bijkomende kamer in de woning vormt.

- Vormelijk is de woning eenvoudig en strak. De bepleistering en de grote dakoversteek werken deze strakheid in de hand.

- De inplanting op het terrein is een teruggetrokken inplanting. De open autobergplaats en de 2 rijen platanen zorgen voor een visuele buffer tegenover de straat. Door deze inplanting wordt ook op het terrein diepte gecreëerd, wat ervoor zorgt dat alles groter lijkt dan het is.

- De inplanting van de woning op het perceel, in combinatie met de inplanting van de carport vooraan, zorgt voor een zone met grote geborgenheid. Deze zone werd als tuin ingericht, direct aanleunend bij de leefruimte. Het ommuren van dit tuingedeelte versterkt de geborgenheid.

Materialen
- Er is in de woning nogal wat staal verwerkt om constructieve redenen. Van dit staal, vooral in de dakconstructie, zijn enkele kolonnen en vloerelementen zichtbaar gebleven in de woning. Er werd gekozen voor staal omwille van de grote sterkte die bekomen wordt, niettegenstaande het gebruik van relatief lichte profielen.

- Omwille van de weinig draagkrachtige grond zijn alle vloeren opgebouwd met houten balken, zoals vroeger gebruikelijk was, om het gewicht van de woning te beperken.

- Alle metselwerk in de woning (interieur) is zichtbaar blijvend metselwerk. Een bezande steen M 65, platvol gevoegd en nadien wit geschilderd. De keuze voor dit materiaal werd gemaakt om esthetische redenen.

Bron : www.livios.be

16:00 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-06-04

Europa moet álle gebouwen isoleren

 Betere isolatie in alle – dus niet alleen de grotere – gebouwen in Europa kan de uitstoot van broeikasgassen met 370 miljoen ton verminderen.

Europa kan door ook kleine gebouwen beter te isoleren meer besparen dan in Kyoto is toegezegd. Daarvoor moet de EU wel de eigen wetgeving aanpassen, want die schiet nu grotendeels haar doel voorbij, constateert energieonderzoeksbureau Ecofys.

De Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen, EPB-D, laat 90 procent van de beperkingsmogelijkheden voor de emissie van CO2 (kooldioxide) onbenut, doordat met name in het zuiden van Europa te weinig woningen worden geïsoleerd.
De in Eurima verenigde Europese producenten van isolatiemateriaal lachen in hun vuistje. Hun onderzoeksopdracht aan Ecofys heeft een duidelijke boodschap opgeleverd: door kleine gebouwen (ook woningen) buiten de EPB-D te houden, wordt het belangrijkste deel van de CO2-emissie over het hoofd gezien. Volgens de onderzoekers leveren woningen en woongebouwen met 77 procent namelijk de grootste bijdrage aan de luchtverontreiniging door de gebouwde omgeving.
In het onderzoeksrapport van Ecofys wordt niet alleen aangetoond dat de huidige EU-wetgeving voor gebouwen veel mogelijkheden tot CO2-reductie onbenut laat, ook wordt uitgelegd waar de hiaten zitten. De belangrijkste twee zijn: uitsluiten van gebouwen met een vloeroppervlak van minder dan duizend vierkante meter en geen acht slaan op de sterk groeiende vraag naar airconditioning, vooral in Zuid-Europa.

Airco
Een warme zomer zoals die van vorig jaar doet de vraag naar airconditioning met tientallen procenten stijgen. Daarom signaleerde Eurima al eerder, dat de aandacht van isoleerders niet naar het koude Noord- maar juist naar het warme Zuid-Europa moet uitgaan.
Het rapport van Ecofys heeft die stelling nog verder aangescherpt. Als het zo doorgaat met de klimaatverandering die warmere zomers teweeg brengt, is niet langer ruimteverwarming de hoofdschuldige, maar wordt koeling de grote energievreter.
Eurima geeft daarvan een voorbeeld: wanneer de interne warmteproductie van een rijtjeshuis in Madrid (dat tijdens het onderzoek als voorbeeld diende) met behulp van isolatie wordt verlaagd tot een gematigd niveau, kan de koelvraag met maar liefst 85 procent worden verminderd.
Maar ondanks de noodzakelijke aandacht voor airconditioning moet ruimteverwarming niet terzijde worden geschoven als mogelijkheid tot emissievermindering, zo constateren de onderzoekers.

Klein
Met name bij kleine (kantoor)gebouwen en bij woningen valt nog veel te halen. Maar momenteel bestaat op dit gebied geen dwingende regelgeving, dus gebeurt er weinig of niets. Worden in sommige landen zelfs de subsidiemogelijkheden voor de ‘kleine’ sector gereduceerd.
Ecofys pleit daarom voor drie veranderingen in de regelgeving: ten eerste moeten alle gebouwen, dus ook de kleine, onder de EU-regelgeving vallen. Ten tweede zou er binnen Europa een duidelijke grens moeten worden gesteld aan de energieverliezen door gevels, daken en vloeren; en ten derde zou in alle landen van de EU het btw-tarief op energiezuinige producten uniform maximaal 5 procent mogen bedragen. Dat kost overheden belastinggeld, maar levert volgens Eurima ook veel nieuwe banen op.

bron : www.bouwenwonen.net en www.cobouw.nl

18:22 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-06-04

Vastgoedprijzen stijgen gemiddeld met 8 procent

 Kopen van vastgoed om te wonen of als belegging, blijft populair in België. Uit de Trends Vastgoedgids, die deze week voor het derde jaar op rij verschijnt, blijkt dat de omzet van verkochte woningen, appartementen en bouwgronden in België het afgelopen jaar is gestegen met 7,5 procent, tot 21,1 miljard euro. Ook de prijzen van vastgoed blijven stijgen, met gemiddeld 8 procent in 2003.

De verkoop van vastgoed groeide minder fors dan in 2002, maar is niet te onderschatten, stelt het zakelijk magazine Trends: 'een omzet van 21,1 miljard euro is een verdubbeling in vergelijking met 1995'. Vlaanderen vertegenwoordigt 61 procent van de markt, tegen 22 pct voor Wallonië en 17 procent voor Brussel.

Trends merkt voor het afgelopen jaar drie opvallende tendensen op in de immobiliënmarkt: appartementen winnen aan belang, zowel bij jonge twintigers die liever kopen dan huren, als bij vijftigplussers voor wie de woning op het platteland te groot is geworden. De markt van de appartementen groeide na het recordjaar 2002 opnieuw met 6,5 procent, tot een marktaandeel van 19,6 procent nationaal, 31 procent in Vlaanderen en zelfs 75 procentt in Brussel.

Daartegenover staat dat er opnieuw minder bouwgronden verkocht werden in 2003. Het aantal verkochte bouwgronden is sinds 1995 nagenoeg gehalveerd in Vlaanderen. Dat heeft uiteraard alles te maken met de prijs: die is in dezelfde periode bijna verdrievoudigd. In 2003 steeg de prijs van bouwgrond met 14,8 procent in Vlaanderen, de verkochte perceelsoppervlakten worden daarom steeds kleiner.

Een tweede trend het afgelopen jaar is dat duurder vastgoed, vanaf ongeveer 200.000 euro, het moeilijk blijft hebben om verkocht te raken. 'Voor veel tweeverdieners is dat het maximum dat zij kunnen betalen via een lening", aldus Laurens Verledens van Trends.

De goedkopere woningen (in de prijsklasse tot 75.000 euro) hadden op hun beurt te kampen met sterke prijsstijgingen: van 10 procent in Vlaanderen tot zelfs 14 procent in Wallonië.

Derde tendens is dat mobiliteit een steeds belangrijker criterium wordt bij de keuze van een woning. 'De regio in het zuiden van Antwerpen is hiervan een typisch voorbeeld', aldus Verledens. 'De bewoners vermijden er de Antwerpse ring'.

Globaal steeg de referentieprijs voor een woning in 2003 met 8 procent. Brussel is koploper met een toename van 12 procent, gevolgd door Wallonië (+10 procent) en Vlaanderen (+6 procent).

Waals-Brabant, met een referentieprijs van 215.000 euro, blijft de duurste regio van het land, gevolgd door Halle-Vilvoorde (+5 procent en 200.000 euro) en het arrondissement Turnhout (+5 procent en 190.800 euro). Dat is dezelfde top drie als in 2002. Sterke stijgers zijn Aarlen, waar de prijzen met maar liefst 23 pct stegen tot een referentieprijs van 182.500 euro, net als het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (+10 procent tot 185.000 euro). In Vlaanderen namen de prijzen de hoogste vlucht in Kortrijk (+12 procent), Leuven en Ieper (11 procent). Volgens Trends is er een inhaaleffect tussen de minst dure en de allerduurste regio's: 'de golf van hoge prijzen overspoelt het hele land', schrijft het magazine.

Bron : www.bouwenwonen.net en www.tijd.be

19:30 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-06-04

Een geslaagde verbouwing.

Troeven
Enkel de bruikbare hoofdstructuur van de bestaande woning werd bewaard. Naast deze structuur werd een nieuwe leefruimte gebouwd met een gebogen dak-plafond. Dit laat toe de voorgevel onderaan gesloten te houden met een manshoge muur en toch overvloedig zonlicht tot diep in de woning te trekken via een groot raamoppervlak boven deze muur. Het zonlicht strijkt dan letterlijk op het gebogen plafond en verlicht de gehele woning. De achtergevel is één glasgevel met onbeperkt zicht op de tuin, die overvloeit in het landschap van het provinciaal domein. Om ook vanuit de zitruimte aan de straatkant maximaal van dit uitzicht te kunnen genieten, bevindt de zithoek zich 2 treden hoger dan de eetruimte zodat over de tafel en stoelen heen een onbelemmerd zicht bestaat op de tuin. De eethoek in de keuken is een erker die eigenlijk al in de tuin gelegen is. Door de aansluiting tegen de bestaande buurwoning met een carport uit te voeren, wordt de overgang naar de tuin verzacht. De carport doet tevens dienst als overdekte speelruimte voor de kinderen. Binnen de vrij beperkte mogelijkheden van de stedenbouwkundige voorschriften werd een maximaal ruimtegebruik nagestreefd. Het hellend dak van de bestaande woning werd dan ook vervangen door een halfrond dak. De kleine zolderkamers werden op deze wijze ruime, volwaardige kinderkamers. De bestaande trapzaal bleef behouden, maar de oude trap werd door een open trap in inox en glas vervangen. Een lichtstrook in het zinken dak brengt via deze trapzaal maximaal licht tot in het centrum van de woning.

Materialen
Voor de gevels werd een combinatie van grijze tinten gezocht, waarbij de natuurlijke grijze kleur van deze materialen het uitzicht bepalen. Gezien de bestaande woning niet geïsoleerd was, werd de oude constructie eerst geïsoleerd (zoals men eerst een trui aantrekt) en vervolgens afgewerkt met bekledingsmaterialen (een jasje). Deze bekledingsmaterialen zijn zinkbanen met staande naad, sierpleister of onbehandelde cederplanchetten die een zilvergrijze patina krijgen. Binnen dezelfde filosofie om de materialen in hun natuurlijke kleuren aan te wenden, werd voor natuurkleurige aluminiumramen gekozen. Ook de sierpleister heeft de natuurlijke kleur van het cement waarmee hij aangemaakt is. Onder de pleister wordt met een blauwsteenplint gewerkt die met de tijd ook zal vergrijzen. De veluxramen in het verticale zinken dak werden van zinken afdeklatten voorzien. Dezelfde materiaalkeuze werd voor de buitenaanleg aangehouden : grote, gladde betontegels, tuinberging in cederhout… Het contrast tussen het gladde zink of de gladde aluminiumprofielen en de ruwere sierpleister of cederplanchetten dragen bij tot een sober en toch gevarieerd uitzicht. De materialen versterken ook de volumewerking. Zo ontstaat een duidelijk leesbaar gebouw met een zinken volume dat de slaapkamers en badkamer bevat. Dit volume staat op een sokkel van cederhouten of sierpleistermuren, die de daglokalen (leefruimte, keuken, bureel) bevat. De glasgevels en de open carport laten deze sokkel overvloeien in de tuin.

Bron : www.livios.be  http://www.ketele.be/Home.html 

23:44 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-06-04

Diepste zwembad ter wereld opent deuren

Een 33 meter diep bad, het diepste zwembad ter wereld, opent morgen in Ukkel. Het zwembad, met de naam ‘Nemo 33’, is vooral bedoeld voor professionele en sportduikers.

Nemo 33 heeft vijf duikniveaus: 1,30 meter, 2,50 meter, 5 meter, 10 meter en 33 meter. De diepste koker heeft een diameter van zes meter. Het hele zwembad is goed voor zo’n 2,5 miljoen liter water.

In het bad kunnen groepstrainingen of individuele trainingsessies georganiseerd worden. Nemo 33 heeft ook enkele onderwatergrotten, zodat het zwembad heel geschikt is voor onderzoek. De temperatuur van het water is ruim 30 graden, dankzij het verwarmingssysteem en 120 vierkante meter aan zonnecollectoren.

Er wordt verwacht dat veel duikers en wetenschappers uit binnen- en buitenland van het zwembad gebruik zullen maken. De bouw van Nemo 33 heeft in totaal 3,2 miljoen euro gekost.

Bron : www.hln.be


12:57 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-06-04

Beroep van loodgieter met uitsterven bedreigd?

Vanaf 1 september 2004 bestaat de opleiding sanitair/centrale verwarming in de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs niet meer. De minister schafte deze enkele jaren geleden al af. Nu komt er ook een einde aan de toen ingevoerde overgangsmaatregel. Dit betekent dat leerlingen nog enkel in de derde graad (5de en 6de jaar) een installateursopleiding kunnen volgen. De installatiesector heeft nochtans dringend nood aan goed opgeleide vakmensen
 
De bedrijven kampen momenteel met een tekort aan vakbekwaam personeel en stellen bovendien vast dat in de laatste jaren het competentieniveau van de afgestudeerden daalt.

Bouwunie, de bij Unizo aangesloten Unie van het KMO-bouwbedrijf, en de betrokken scholen en leerlingen zijn het erover eens dat het behoud van de tweede graad noodzakelijk is. Door de inkorting van de opleiding loopt het aantal leerlingen terug.
Het beroep aanleren in twee in plaats van vier schooljaren is niet mogelijk. Zeker in het licht van de voortdurende technologische evolutie en toenemende reglementering. Het niveau van de afgestudeerden zal dus nog verder dalen. De kloof tussen wat de sector vraagt en wat het onderwijs aanbiedt, vergroot.

Vanaf 1 september zullen loodgieters in spe in de tweede graad de studierichting Basismechanica moeten volgen. De link met hun uiteindelijke beroep is daarin ver te zoeken. De gevolgen zijn ondertussen duidelijk: het leerlingenaantal daalt (van een 1.000-tal in de derde graad eind jaren negentig naar 700 in het huidige schooljaar) én er zijn steeds minder scholen die in de derde graad een installateursopleiding organiseren (daling van 55 in het schooljaar 1999-2000 tot 44 in het schooljaar 2003-2004).
Bouwunie en de betrokken onderwijsinstellingen pleiten bijgevolg voor de herinvoering van de tweede graad centrale verwarming-sanitair. Ze baseren zich hiervoor op een aantal duidelijke vaststellingen:

  • De verwarmings- en sanitaire bedrijven kampen met een tekort aan gekwalificeerde arbeidskrachten.
  • Uit cijfers van de VDAB blijkt overduidelijk dat de beroepen van loodgieter en monteur cv al meer dan 10 jaar tot de knelpuntberoepen horen (aantal werkzoekenden daalt en aantal vacatures neemt toe).
  • De sector heeft al geruime tijd ernstige bedenkingen bij de kwaliteit van de afgestudeerden. Deze zal door de inkorting van de opleiding zeker niet verbeteren. Integendeel. Dit zal op termijn ook zijn gevolgen hebben op de veiligheid (bijvoorbeeld van gasinstallaties) en op de adequate ventilatie en isolatie van de moderne woning.
De sector en de scholen organiseerden vorige week een manifestatie voor het kabinet van minister van onderwijs Vanderpoorten. Op deze manifestatie waren een 100-tal leerlingen en installateurs aanwezig. Bouwunie en de betrokken scholen en leerlingen vroegen de minister de herinvoering van de tweede graad voor de opleiding centrale verwarming/sanitair.
De sector en zijn toeleveranciers willen zelfs een stap verder gaan. Via een experiment in een beperkt aantal scholen (bijvoorbeeld 10 scholen, 2 per provincie) willen ze aantonen dat een volledige opleiding, gespreid over de tweede en derde graad voor het beroep ‘Sanitair installateur / Installateur Centrale Verwarming’ betere afgestudeerden en hogere leerlingenaantallen kan betekenen. De sector is bereid hiervoor met de proefscholen een specifiek leerprogramma uit te werken en bovendien een voldoende aantal stageplaatsen aan te bieden. Dit voorstel werd positief onthaald door de minister. Ze beloofde om op korte termijn de nodige stappen daarvoor te zetten.

In de sector van de installateurs centrale verwarming en sanitair zijn 9.000 bedrijven actief, waarvan 4.000 met personeel. Samen geven zij werk aan meer dan 16.000 mensen (arbeiders en zelfstandigen).

Bron : www.livios.be


14:04 Gepost door Antraciet | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |